1930
De dertiger jaren zijn een moeilijke periode – ze beginnen met een grote economische crisis en eindigen met een nieuwe wereldoorlog.
Aanpassing van de activiteiten
Door deze omstandigheden is de noodzaak om de activiteiten van het pas gefuseerde bedrijf bij te stellen nog dringender. In het Verenigd Koninkrijk vermindert Unilever haar 50 zeepfabrieken om zich op minder merken te concentreren, terwijl in continentaal Europa overheden de lokale boterproductie beschermen door belastingen, accijnzen en productiebeperkingen. Het eindresultaat is dat van Unilevers tien margarinefabrieken en fabrieken van eetbare vetten er nog vijf overblijven.
Uitbreiding van de activiteiten
Maar ondanks de recessie blijft het bedrijf zich uitbreiden: deels door het ontwikkelen van nieuwe producten in haar bestaande markten en deels door de aankoop van bedrijven om nieuwe markten te kunnen aanboren met opkomende categorieën als diepvriesproducten en gemaksvoedingsmiddelen.
Hoogtepunten
1930 | Op 1 januari wordt Unilever officieel opgericht. |
1930 | Procter & Gamble betreedt de markt van het Verenigd Koninkrijk met de acquisitie van Thomas Hedley Ltd in Newcastle en wordt een van Unilevers grootste rivalen. |
Rond 1935 | De zeepproductie verschuift steeds meer van harde zeep naar vlokken en poeders, die het reinigen van huis en kleding gemakkelijker maken. Dit leidt tot uitbreiding in de zeepmarkt. |
1935 | Vitamine A en D worden aan margarine toegevoegd in even grote gehaltes als dat ze in boter aanwezig zijn. |
1938 | Na een campagne om het imago van margarine te verbeteren en de groei van met vitamines verrijkte merken, waaronder Stork in het Verenigd Koninkrijk en Blue Band in Nederland, nemen de verkopen toe tot niveaus die dicht bij de hoge omzetten in 1929 liggen. |
Eind jaren ‘30 | Met de komst van de Tweede Wereldoorlog wordt de internationale handel steeds gecompliceerder door deviezencontrole en bevroren valuta. In Duitsland is Unilever niet in staat winsten het land uit te krijgen en zij moet in plaats daarvan investeren in bedrijven die niets met oliën en vetten te maken hebben, waaronder nutsvoorzieningen. |

