Broeikasgassen | Duurzaam leven en duurzame groei | Unilever Nederland | Unilever Nederland
  1. Home
  2. Duurzaam Leven
  3. Broeikasgassen

Broeikasgassen

De problemen die de klimaatverandering met zich meebrengt zijn substantieel en urgent. Maar hoewel de klimaatverandering ons voor serieuze uitdagingen stelt, biedt het ook grote mogelijkheden..

De klimaatverandering is een van de grootste uitdagingen waar we als maatschappij voor staan. Van de vier milieurisico’s die door het World Economic Forum worden benoemd in haar jaarlijkse Global Risk Report, kunnen er vier worden toegeschreven aan klimaatverandering: extreme weersomstandigheden, het onvermogen om de klimaatverandering af te zwakken en om ons aan te passen aan de klimaatverandering, natuurrampen, en het verlies van biodiversiteit en het instorten van ecosystemen. De risico’s die de klimaatverandering met zich meebrengt, zoals voedsel- en watercrisissen en grootschalige onvrijwillige migratie, overschrijden de grenzen van landen, continenten, sectoren en samenlevingen.

IMet de ondertekening van het Akkoord van Parijs in 2015 werd er overeenstemming bereikt over het feit dat er maatregelen moeten worden genomen. De wereldleiders kwamen overeen dat ze de mondiale temperatuurstijging zouden beperken tot een stijging van niet meer dan 2°C boven het pre-industriële niveau. In 2018 publiceerde IPCC een rapport waarin de werkgroep oproept de globale temperatuurstijging tot 2°C te beperken, omdat anders het risico op droogte, overstromingen, extreme hitte en armoede aanzienlijk groter zal zijn voor honderden miljoenen mensen.

Wij pleiten daarom voor nieuwe beleidsmaatregelen die de doelstelling van het Akkoord van Parijs naar voren halen, namelijk ervoor zorgen dat de mondiale temperatuurstijging beperkt wordt tot niet meer dan 2°C, en idealiter exact 2°C voor het einde van deze eeuw. We doen dit door onszelf de ambitieuze doelen te stellen dat ons bedrijf tegen 2030 gebruik maakt van 100% duurzame energie en dat we tegen 2030 de uitstoot van broeikasgassen in onze waardeketen hebben gehalveerd. We werken ook samen met andere partijen om middels meerdere groepen uit het maatschappelijke middenveld en middels coalities de maatregelen die overal worden genomen op te schalen.

Het is noodzakelijk dat we maatregelen nemen tegen de klimaatverandering. Maar de klimaatverandering biedt ons ook de mogelijkheid om ons bedrijf te laten groeien door in te spelen op de kansen die de koolstofarme economie ons biedt. Middels de USLP komen we meteen in actie tegen een aantal grote gevaren die niet alleen een risico vormen, maar ons ook kansen bieden in onze markten, zoals de druk op de lokale voedselsystemen, het klimaat en het milieu.

De pijler van ons USLP gericht op broeikasgassen draagt bij aan een aantal van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de VN (SDGs), met name SDG7: Betaalbare en schone energie, SDG 13: Aanpak klimaatverandering en SDG 15: Beschermen van ecosystemen, bossen en biodiversiteit.

Inspelen op de risico's en kansen in onze gehele waardeketen

We nemen maatregelen om de gevolgen van de klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast spelen we in op de kansen die zich mogelijk voordoen door de veranderingen die optreden in onze waardeketen. We bundelen de maatregelen die we nemen om ons eigen bedrijf en onze eigen waardeketen te veranderen met de gezamenlijke inspanningen en het gezamenlijke pleidooi die nodig zijn om de enorme verandering van het systeem teweeg te brengen die nodig is om een koolstofarme wereld te creëren. We richten ons met onze strategie voor klimaatverandering op een aantal gebieden.

Het verminderen van de uitstoot in onze toeleveringsketen

Circa 27% van onze CO2-voetafdruk wordt veroorzaakt door de grondstoffen die we nodig hebben voor ingrediënten en verpakkingen. Het is noodzakelijk dat we de fysieke gevolgen van de klimaatverandering beperken, omdat we afhankelijk zijn van grondstoffen die afkomstig zijn van landen die bijzonder kwetsbaar zijn voor de stijgende temperatuur van het zeewater en de veranderingen in weerpatronen. De introductie van de herschreven Sustainable Agriculture Code (SAC 2017)) is erg belangrijk voor de beperking van deze risico’s. De code geeft advies over alle aspecten van klimaatvriendelijke landbouw.

Middels onze toezegging om 100% van onze palmolie te betrekken van duurzame bronnen, helpen we de CO2-uitstoot te voorkomen die veroorzaakt wordt doordat de toeleveringsketens van landbouwbasisproducten gebieden ontbossen. Daarnaast stimuleren we de gehele branche, ook de telers, handelaars, fabrikanten en winkeliers, om de hoge normen voor de productie van palmolie vast te stellen waar ze zelf ook aan moeten voldoen. Hiermee gaan we zelfs verder dan de huidige certificatieregelingen.

We richten ons met name op het teweegbrengen van een wezenlijke verandering wat betreft het landschap en de jurisdictie in belangrijke gebieden als Zuidoost-Azië, Zuid-Amerika en West en Centraal Afrika. Verder willen we er via onze netwerken en relaties voor zorgen dat de grote, op prestatiegebaseerde betalingen voor de reductie van emissies veroorzaakt door ontbossing terecht komen bij landen met tropisch regenwoud. Meer informatie over hoe we onze bossen beschermen.

De uitstoot verminderen van onze activiteiten

We hebben de meeste controle over de eigen fabrieken en terreinen binnen onze waardeketen. We hebben toegezegd dat tegen 2030 al onze activiteiten koolstofvriendelijk zullen zijn. Dit betekent dat 100% van onze energie afkomstig zal zijn van duurzame bronnen – en dat we van plan zijn meer duurzame energie op te wekken dan we nodig hebben voor onze eigen activiteiten en dit overschot beschikbaar zullen stellen aan de markten en gemeenschappen waarin we actief zijn.

Onze divisie Foods & Refreshments geeft sinds 2018 al prioriteit aan het verminderen van de CO2-uitstoot die gegenereerd wordt door de vrieskisten waarin ijsproducten worden opgeslagen. Als ’s werelds grootste ijsproducent hebben we toegezegd de installatie van vrieskisten die milieuvriendelijke natuurlijke (waterstof) koelvloeistoffen gebruiken, te versnellen.

Verminderen van de uitstoot middels productinnovaties

Meer dan 60% van onze CO2-voetafdruk wordt gegenereerd doordat consumenten onze producten gebruiken. We zetten onze kennis en middelen op het gebied van R&D in om producten te ontwikkelen waar mensen van kunnen genieten, maar waarmee we ook de uitdaging van de klimaatverandering kunnen aangaan en waar we tegelijkertijd kansen mee creëren voor de groei van ons bedrijf. Zo zorgen we er met onze geconcentreerde vloeibare wasmiddelen, zoals Persil en Omo, voor dat mensen hun kleren op lagere temperaturen kunnen wassen. Hiermee verminderen we de CO2-uitstoot met meer dan 50% per wasbeurt.

Naast de ontwikkelingen op het gebied van vloeibare wasmiddelen, blijven we ook internationaal een toonaangevende rol spelen in de ontwikkeling van poeders die minder impact hebben op het milieu door het gebruik van fosfaat – een belangrijk ingrediënt met een hoge broeikasgasimpact – te minderen of geheel te stoppen. We zijn gestopt met het gebruiken van fosfaat in onze vaatwasmiddelen en hebben het fosfaatgebruik in onze wasmiddelen over de hele wereld met 95% teruggebracht. Dit leidde tot 50% minder CO2-uitstoot per eenmalig gebruik door de consument.

Een verschuiving naar vegetarische en veganistische levensmiddelen helpt de uitstoot ook verminderen. De economische mogelijkheden voor natuurlijke en plantaardige levensmiddelen en dranken groeit aanzienlijk naarmate de consumentenvraag groeit. We hebben een groot aantal veganistische en vegetarische varianten zoals de veganistische mayonaise van Hellmann's, de zuivelvrije ijsjes van Ben & Jerry’s, de veganistische Magnum en andere varianten. Met onze twee nieuwe merken – Love Home and Planet, een reeks plantaardige schoonmaakmiddelen en Love Beauty and Planet, een natuurlijke productlijn voor haar en huid – spelen we in op de toenemende vraag naar veganistische producten. Meer informatie over onze innovaties om de CO2-uitstoot te verminderen.

Belangenbehartiging en partnerschappen om een verandering van het systeem te bewerkstelligen

De aanpak van de klimaatverandering vergt een omslag van de systemen waarin we actief zijn. Daar is een ambitieus overheidsbeleid voor nodig dat het juiste klimaat schept voor verandering en dat bedrijven aanzet tot het ondernemen van actie. Het is van groot belang dat bedrijven uit alle sectoren samen werken aan projecten en initiatieven om in actie te komen. Meer informatie over onze externe betrokkenheid bij internationale klimaatmaatregelen tegen klimaatgerelateerde problemen.

We steunen het lobbywerk van de We Mean Business Coalition and zijn actief betrokken bij een aantal andere bedrijfsgestuurde initiatieven, zoals de koolstofarme technologische samenwerkingsinitiatieven van het WBCSD, RE100 dat zich inzet voor duurzame energie, de HRH The Prince of Wale’s Corporate Leaders Group en het B Team. We hebben publiekelijk de oproep voor een koolstofheffing gesteund en zijn lid van het Carbon Pricing Leadership, dat is opgericht door de Wereldbank.

We hebben het Caring for Climate initiatiefgetekend, dat geleid wordt door het VN Global Compact initiatief, UNEP en de secretaris van de UNFCCC en dat tracht de betrokkenheid van bedrijven bij de klimaatverandering vorm te geven. We streven ernaar op een verantwoorde manier betrokken te zijn bij de vormgeving van beleidsmaatregelen tegen klimaatverandering door op een positieve manier te lobbyen en op regelmatige basis ons lidmaatschap bij diverse brancheorganisaties te evalueren om er zeker van te zijn dat die in lijn zijn met onze interne beleidsstandpunten inzake klimaatverandering. De afgelopen paar jaar hebben we ons lidmaatschap bij minstens een brancheorganisatie opgezegd, omdat de standpunten van deze brancheorganisatie over klimaatverandering in strijd waren met onze standpunten.

Inzicht in de effecten van klimaatverandering op ons bedrijf

We erkennen dat het belangrijk is om de klimaatgerelateerde risico’s, en kansen, voor ons bedrijf bekend te maken. We hebben daarom de aanbevelingen van de Task Force on Climate-related Financial Disclosure (TCFD), waar Graeme Pitkethly, onze Chief Financial Officer, de vicevoorzitter van was, ter harte genomen om de effecten van de klimaatverandering op ons bedrijf beter te begrijpen.

Om deze effecten te begrijpen, hebben we grondig onderzoek gedaan naar de gevolgen van een temperatuurstijging van 2°C en van 4°C in 2030. Voor meer informatie over dit onderzoek, zie pagina 33-34 van het jaarverslag en de jaarrekeningen. We hebben de potentiële materiële gevolgen van beide temperatuurstijgingen voor ons bedrijf onderzocht aan de hand van bestaande interne en externe gegevens. De gevolgen zijn beoordeeld zonder rekening te houden met enige maatregelen die Unilever zou kunnen nemen om de schadelijke gevolgen te verzachten of om zich aan te passen aan deze gevolgen of om nieuwe producten te introduceren die voor nieuwe inkomstenbronnen zouden kunnen zorgen als consumenten zich aanpassen aan de veranderende omstandigheden.

Onze analyse toont aan dat, als we geen actie ondernemen, beide temperatuurstijgingen tegen 2030 financiële risico’s voor Unilever opleveren, voornamelijk door de stijgende kosten. Hoewel er financiële risico’s optreden die we moeten beheersen, zouden we ons businessmodel niet wezenlijk aan hoeven te passen. De belangrijkste schadelijke gevolgen van beide temperatuurstijgingen treden op in onze toeleveringsketen. Bij een temperatuurstijging van 2°C zullen de kosten van grondstoffen en verpakkingen stijgen door de koolstofheffing en een snelle omslag naar duurzame landbouw. En bij een temperatuurstijging van 4°C zal er een voortdurend tekort aan water zijn en zullen er extreme weersomstandigheden voorkomen. De gevolgen voor onze verkopen en onze eigen productieactiviteiten zijn relatief klein.

De resultaten van dit onderzoek bevestigen dat het belangrijk is nog meer onderzoek te doen, zodat we meer kennis hebben van de schadelijke gevolgen van de klimaatverandering voor ons bedrijf. Zodat we voorbereidingen kunnen treffen om deze risico’s te verzachten en het bedrijf klaar kunnen stomen voor de toekomstige markten waarin we actief zullen zijn.

In 2018 hebben we een nieuwe aanpak ontwikkeld en beproefd om de gevolgen van de klimaatverandering op onze belangrijkste grondstoffen te kunnen testen. Omdat soja een van de belangrijkste grondstoffen is voor Unilever (aangezien we grote volumes afnemen), het een van de meest voorkomende gewassen is in de landen waar het wordt verbouwd en omdat we beschikken over goede historische prijsgegevens en geschikte klimaatmodellen, hebben we gekozen om deze aanpak voor het eerst uit te proberen op soja. In ons jaarverslag en de jaarrekeningen van 2018 is meer informatie te vinden over deze pilot.

CDP is ‘s werelds grootste platform dat milieugegevens openbaar maakt voor investeerders. Onze inspanningen met betrekking tot het onderzoeken van de gevolgen van klimaatverandering voor onze toeleveranciers zijn erkend door het CDP. We staan nu op de A-lijst van bedrijven die de meeste betrokkenheid tonen bij de gevolgen van de klimaatverandering voor hun leveranciers. Wat betreft onze milieuaanpak met betrekking tot bossen, kregen we een A voor hout, palmolie en vee en een B voor soja. In CDP's laatste rapport over consumentengoederen met een hoge omloopsnelheid, stonden we bovenaan in de deelsector Huishoudelijke en Persoonlijke Verzorging..

Onze toezegging met betrekking tot de pijler CO2

Tegen 2030 hebben we de CO2-uitstoot gehalveerd die veroorzaakt wordt gedurende de levenscyclus van onze producten.*

Deze doelstelling bevat ook onze toezegging om er tegen 2030 voor te zorgen dat onze eigen activiteiten koolstofpositief zijn door te stoppen met het gebruiken van fossiele brandstoffen en over te gaan op 100% duurzame energie. We zijn ook van plan om meer duurzame energie op te wekken dan we nodig hebben voor onze eigen activiteiten, zodat we het overschot beschikbaar kunnen stellen aan de markten en gemeenschappen waarin we actief zijn.

Twee van onze doelstellingen om de CO2-uitstoot te verminderen, worden door het Science Based Targets Initiatief** erkend als zijnde op wetenschap gebaseerde doelstellingen:

  • Halveren van de CO2-uitstoot van onze producten gedurende hun levenscyclus (hieronder worden alle fases verstaan die onze producten gedurende hun levenscyclus doorstaan: van ingrediënten/grondstoffen naar productie, distributie, verkoop, het verpakken, gebruik door de consument en het verwijderen) tegen 2030.
  • Tegen 2030 scope 1 en 2 van de CO2-uitstoot veroorzaakt door onze eigen activiteiten met 100% verlagen (deze doelstelling maakt onderdeel uit van onze ambitie om ervoor te zorgen dat onze productie tegen 2030 geheel koolstofpositief is).
Voortgang

We zijn producten blijven ontwikkelen die minder CO2 uitstoten. De CO2-uitstoot van onze producten gedurende hun volledige levenscyclus is echter met ongeveer 6% gestegen sinds 2010. * ∞ Dit is een kleine verbetering ten opzichte van 2017, toen onze CO2-uitstoot per consumentengebruik meer dan 9% was gestegen ten opzichte van 2010.

Onze CO2-uitstoot per consumentengebruik is voornamelijk gestegen omdat we onze portefeuille haar- en doucheproducten hebben uitgebreid middels overnames. Onze omzet is sneller gestegen dan onze CO2-uitstoot. Dit duidt op een ontkoppeling. Naarmate we steeds dichter bij het behalen van onze toezegging komen om tegen 2030 de CO2-uitstoot te verminderen, verwachten we dat de mate van ontkoppeling zal versnellen.

We boeken meer succes op gebieden waar we direct controle over hebben. Hoewel onze fabrieksterreinen de doelstelling om de CO2 -uitstoot als gevolg van energieproductie te verlagen al in 2016 hebben bereikt – vier jaar eerder dan gepland – blijven we de CO22-uitstoot als gevolg van energieproductie verder verminderen. Vergeleken met 2008 is de CO2 -uitstoot als gevolg van de energieproductie in onze fabrieken met 52% per ton productie gedaald. In 2018 werd 67% van de elektriciteit voor het elektriciteitsnet in onze fabrieken opgewekt middels duurzame bronnen.

We blijven de CO2-uitstoot veroorzaakt door onze koelingsapparaten verminderen door milieuvriendelijke vrieskisten te installeren. Deze milieuvriendelijke vrieskisten maken gebruik van koelvloeistoffen op basis van waterstof in plaats van koelvloeistoffen op basis van fluorkoolwaterstof (HFK). In 2018 hadden we ongeveer 2,9 miljoen milieuvriendelijke vrieskisten geplaatst. Tenslotte is de intensiteit van de CO2 -uitstoot veroorzaakt door transport 38% verbeterd sinds 2010.

We hebben een gedetailleerd plan opgesteld om jaarlijks te evalueren of we onze doelstelling kunnen behalen om tegen 2030 de CO2-uitstoot van onze producten gedurende hun levenscyclus te halveren. Hierbij hebben we rekening gehouden met de overgang van externe partijen naar een koolstofvriendelijke economie en met de meest actuele beschikbare data en aannames met betrekking tot onze CO2-voetafdruk.

Toekomstige uitdagingen

Voor het behalen van onze doelstelling om tegen 2030 de CO-uitstoot van onze producten gedurende hun levenscyclus te halveren, zijn we afhankelijk van een groot aantal externe factoren, zoals de energiezuinigheid van consumentenproducten, het koolstofgehalte van de energie die bij mensen thuis wordt geleverd en het consumentengedrag.

De hoeveelheid beschikbare duurzame energie neemt toe en de kosten voor deze energie dalen gestaag. Veel van de infrastructuur op de wereld is echter nog steeds afhankelijk van fossiele brandstoffen. Dat betekent bijvoorbeeld dat de elektriciteit die nodig is om water te verwarmen, waaronder ook het hete water dat gebruikt wordt door consumenten, aanzienlijk bijdraagt aan de CO2-uitstoot.

Wij moeten ons steentje bijdragen aan de invoer van beleidsmaatregelen en regelgeving waarmee we de overgang naar een koolstofvriendelijke economie kunnen versnellen. Strenge beleidsmaatregelen en een koolstofheffing – het heffen van kosten voor iedere ton koolstof die wordt uitgestoten, is een van de meest effectieve manieren om bedrijven te stimuleren om in koolstofvriendelijke oplossingen te investeren – zijn nodig om die overgang naar een koolstofvriendelijke economie te versnellen. Het is daarnaast ook noodzakelijk om te stoppen met het geven van subsidies voor fossiele brandstoffen, aangezien die subsidies de CO2-uitstoot juist bevorderen.

Onze milieudoelstellingen worden vergeleken met het basisniveau van 2010 en uitgedrukt per consumentengebruikseenheid. Dit betekent een eenmalig gebruik of een eenheid of portie van een product.

** Twee van onze doelstellingen werden in 2017 goedgekeurd door het Science Based Targets Initiatief (SBTi). We hebben onze eerste wetenschappelijk gefundeerde doelstelling in 2010 vastgesteld, namelijk om tegen 2030 de CO2-uitstoot van onze producten gedurende hun hele levenscyclus te halveren. Onze tweede wetenschappelijk gefundeerde doelstelling werd in 2015 geïntroduceerd, namelijk het streven om tegen 2030 100% van onze energie voor al onze activiteiten te betrekken uit duurzame bronnen.

We hebben medio 2018 de spreads divisie verkocht en deze is dan ook niet meegenomen in de prestatiemeting (inclusief het basisniveau) om ervoor te zorgen dat de meting aansluit bij de huidige bedrijfsstructuur.

Onafhankelijk vastgesteld door PwC


Uitklappen voor meer informatie over CO2

Doelen & prestaties

We hebben onszelf het ambitieuze doel gesteld om het percentage CO2-uitstoot te halveren die samenhangt met het consumentengebruik van onze producten in onze waardeketen.


Broeikasgassen
Onze toezegging

Tegen 2030 de gevolgen van de CO2-uitstoot halveren die veroorzaakt wordt gedurende de levenscyclus van onze producten.*

Onze prestatie

In 2018 is de impact van onze CO2-uitstoot per consumentengebruik met 6% gestegen ten opzichte van 2010.*∞

Ons perspectief

Onze toezegging om tegen 2030 de CO2-uitstoot gedurende de levenscyclus van onze producten te halveren is een van onze wetenschappelijk gefundeerde doelstellingen. Wetenschappelijk gefundeerde doelstellingen worden als volgt gedefinieerd: “ze voldoen aan de mate van decarbonisatie die nodig is om de mondiale temperatuurstijging lager dan 2°C te houden vergeleken met het pre-industriële niveau. Deze definitie ligt ook ten grondslag aan het Akkoord van Parijs. Onze omzet is sneller gegroeid dan onze CO2-uitstoot. Dit duidt op een ontkoppeling. Naarmate we steeds dichter bij het behalen van onze toezegging komen om tegen 2030 de CO2-uitstoot te verminderen, verwachten we dat de mate van ontkoppeling zal versnellen.

We hebben onszelf doelen gesteld om ervoor te zorgen dat onze activiteiten tegen 2030 ‘koolstofpositief’ zijn. In 2018 hebben onze fabrieksterreinen de CO2 -uitstoot als gevolg van de energieproductie met 52% per ton productie teruggebracht vergeleken met 2008. Het gebruik van energie afkomstig van duurzame bronnen is gestegen in onze fabrieken. In 2018 is dit percentage gestegen naar 36,7 % vergeleken met 15,8% in 2008. In 2018 betrokken we ook 67% van alle energie benodigd voor het electriciteitsnet in onze fabrieken van duurzame bronnen.

De CO2-uitstoot van onze producten is sinds 2010 gestegen met 6%. Dit is echter een verbetering ten opzichte van de 9% stijging in 2017. *∞ De stijging van de CO2-uitstoot per consumentengebruik is met name te wijten aan onze divisie Beauty & Personal Care die haar portefeuille haar- en huidreinigingsproducten heeft uitgebreid middels overnames. Meer dan 60% van de CO2-voetafdruk in onze waardeketen is afkomstig van consumentengebruik, met name door het opwarmen van water voor de douche. Dit percentage is moeilijker te beïnvloeden.

Sinds we in 2010 de USLP hebben geïntroduceerd, hebben we veel geleerd over welke gebieden te beïnvloeden zijn en welke niet, en op welke gebieden meer maatregelen genomen moeten worden door andere partijen. Hier bedoelen we bijvoorbeeld ook de omslag naar energie uit duurzame bronnen mee. Dit zou namelijk in positieve zin bijdragen aan onze toezegging voor 2030 om de CO2-uitstoot van onze producten te halveren.

Technologie en innovatie spelen een cruciale rol bij de bestrijding van klimaatverandering en bij het creëren van de economische kansen die een koolstofarme economie met zich mee brengt. We zetten onze kennis en middelen op het gebied van innovatie, en R&D, in om producten te ontwikkelen waar mensen van kunnen genieten, maar waarmee we ook de uitdaging van de klimaatverandering kunnen aangaan en waarmee we tegelijkertijd kansen creëren voor de groei van ons bedrijf. Zo zorgen we er met onze geconcentreerde vloeibare wasmiddelen, zoals Persil en Omo, voor dat mensen hun kleren op lagere temperaturen kunnen wassen. Hiermee verminderen we de CO2-uitstoot met meer dan 50% per wasbeurt.

*Onze milieudoelstellingen worden vergeleken met het basisniveau van 2010 en uitgedrukt per consumentengebruikseenheid. Dit betekent een eenmalig gebruik of een eenheid of portie van een product.

**Dit is zo vastgelegd in het vijfde evaluatierapport van de intergouvernementele werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC AR5).

We hebben medio 2018 de spreads divisie verkocht en de resultaten van deze divisie zijn dan ook niet meegenomen in de prestatiemeting (inclusief het basisniveau) om ervoor te zorgen dat de meting aansluit bij de huidige bedrijfsstructuur.

Onafhankelijk vastgesteld door PwC. /a>


  • Bereikt

  • Op koers

  • Niet op koers

  • %

    van doel behaald

Key
  • Bereikt

    Bereikt

  • Op koers

    Op koers

  • Niet op koers

    Niet op koers

  • %

    van doel behaald

    van doel behaald

Onze doelstellingen

Ga naar Onafhankelijke controlevoor meer informatie over ons controleprogramma voor het gehele Unilever Sustainable Living Plan.

Koolstofvriendelijke productie

  • Tegen 2020 zal de hoeveelheid CO2-uitstoot van energie uit onze fabrieken, ondanks de aanzienlijk hogere volumes, gelijk of lager zijn dan de CO2-uitstoot in 2008.

Dit is gemeten ten opzichte van een basisniveau van 145,92 kg CO2 -uitstoot afkomstig van energieverbruik per ton productie in 2008.

Dit is een daling van circa 40% per ton productie.

Ten opzichte van het basisniveau in 1995 is dit een daling van 63% per ton productie en een absolute daling van 43%.

1.347.840 ton minder CO2 afkomstig van energie in 2018 dan in 2008 (een daling van 52% aan CO2 afkomstig van energie per ton productie vergeleken met 2008). Dit is een absolute daling van 75,46 kg CO2 -uitstoot afkomstig van energieverbruik per ton productie..

Vergeleken met 1995 is dit een absolute daling van 71,7%.


Tegen 2030 willen we ervoor zorgen dat onze productie koolstofvriendelijk is:


  • Tegen 2030 willen we 100% van de energie benodigd voor onze activiteiten betrekken uit duurzame bronnen..

In 2018 werd 36,7% van het totale energieverbruik in onze fabrieken opgewekt uit duurzame bronnen, vergeleken met 15,8% in 2008.


  • We zullen tegen 2020 alle elektriciteit die we afnemen van het elektriciteitsnet betrekken uit duurzame bronnen.

In 2018 werd 1 miljoen GJ van de energie die we gebruiken in onze fabrieken opgewekt met kolen. Tijdens dat jaar gebruikte 12 van onze fabrieken energie die opgewekt was met kolen.


  • Tegen 2020 zullen we geen kolen meer gebruiken.

In 2018 werd 1 miljoen GJ van de energie die we gebruiken in onze fabrieken opgewekt met kolen. Tijdens dat jaar gebruikte 12 van onze fabrieken energie die opgewekt was met kolen.


  • Om onze doelstelling te kunnen bereiken om tegen 2030 koolstofpositief te zijn, zijn we van plan meer duurzame energie op te wekken dan we nodig hebben en dit overschot beschikbaar te stellen aan de markten en gemeenschappen waarin we actief zijn.

In 2018 hebben we onze methodiek verder ontwikkeld. We zullen verslag uitbrengen van de voortgang ten opzichte van onze doelen in ons Sustainable Living Report van 2019.


Ons perspectief

Ondanks dat we ons doel al in 2016 hebben behaald, vier jaar eerder dan gepland, hebben onze fabrieksterreinen in 2018 de CO2-uitstoot van energie met 8,2% per ton productie verlaagd vergeleken met 2017 en 52% per ton productie vergeleken met 2008. In 2018 werd 1.347.840 ton minder CO2 uit energie geproduceerd vergeleken met het basisniveau in 2018. In 2018 verlaagden we het energieverbruik met nog eens 2,2% per ton productie, nadat we in 2017 het energieverbruik al met 2,8% per ton productie hadden verlaagd. Sinds 2008 hebben we ons energieverbruik met 28% teruggebracht.

In 2015 kondigden we onze ambitie aan om koolstofvriendelijk te worden. Deze doelstelling vervangt onze eerdere doelstelling om tegen 2020 40% van de energie die we gebruiken in onze fabrieken te betrekken uit duurzame bronnen. Eind 2018 betrokken 111 fabrieksterreinen in 36 landen verspreid over alle continenten de netstroom uit duurzame bronnen die zijn geverifieerd. In 2018 hebben we 36,7% van onze wereldwijde energiebehoefte betrokken uit duurzame bronnen.

Hoe kunnen we onze activiteiten koolstofvriendelijk maken

Verminderen CO2 uitstoot veroorzaakt door het wassen van kleren

De samenstelling van onze producten aanpassen om de CO2-uitstoot met 15% te reduceren tegen 2012.

Van meer dan 95% (qua omvang) van onze waspoeders in onze 14 belangrijkste landen hebben we de samenstelling aangepast. Hierdoor hebben we eind 2012 de CO2-uitstoot met 15% kunnen reduceren.

We blijven de samenstelling van producten aanpassen door het gebruik van grondstoffen in poeders en capsules en de productie te optimaliseren.


Ons perspectief

Vloeibare wasmiddelen hebben een lagere CO2-voetafdruk dan waspoeders. De vloeibare wasmiddelen voeren onze marktontwikkeling aan: daar waar waspoeders, vaste zeep en vloeibare wasmiddelen worden aangeboden, wordt het vloeibaar wasmiddel het meest verkocht.

De meeste van onze vloeibare wasmiddelen zijn nu in geconcentreerde vorm verkrijgbaar. Dit zorgt voor minder CO2-uitstoot. Daarnaast wordt de was met een vloeibaar wasmiddel goed schoon tegen een lagere temperatuur. We verkopen ook meer wasmiddelen in capsules, zodat consumenten geen te hoge of te lage dosis wasmiddel meer in de wasmachine kunnen doen.

Door fosfaten te verwijderen uit onze vaatwasmiddelen zijn wij nog steeds marktleider wat betreft de ontwikkeling van poeders met een lage CO2-uitstoot. Dit heeft geleid tot een 95% reductie in het wereldwijde gebruik van fosfaten in al onze wasmiddelen. Hierdoor is de CO2-uitstoot met meer dan 50% gedaald per eenmalig consumentengebruik. We blijven onderzoek doen naar technologieën waarmee we in de toekomst producten kunnen ontwikkelen zonder fosfaten.

Innoveren om de CO2 uitstoot te reduceren

Verminderen CO2 uitstoot veroorzaakt door transport

Tegen 2020 zal de hoeveelheid CO2 -uitstoot veroorzaakt door ons wereldwijde logistieke netwerk, ondanks de aanzienlijk hogere volumes, gelijk of hoger zijn dan de CO2-uitstoot in 2010. Dit betekent dat de CO2uitstoot met 40% is gedaald.

We bereiken deze doelstelling door het aantal vrachtwagenkilometers te reduceren; voertuigen te gebruiken die een lagere uitstoot veroorzaken; alternatieve vormen van transport in te zetten, zoals de trein of de boot; en door onze magazijnen meer energie-efficiënt te maken.

Sinds 2010 hebben we de CO2-uitstoot met 38% gereduceerd. In 2018 is de CO2 -uitstoot met 5% gedaald en de absolute uitstoot is met 7% gedaald vergeleken met 2017.1


Ons perspectief

In 2018 daalde de CO2-uitstoot met 38% vergeleken met 2010. We hebben dus grote vooruitgang geboekt. Een aantal van onze marktgroepen heeft zelfs hun hoogste CO2-reductie ooit weten te realiseren.

De 2020-doelstelling die we onszelf hebben gesteld, blijft ambitieus, maar we zijn vastberaden ons doel te behalen door verder te bouwen op de solide basis die we al hebben gelegd. Door middel van onze innovaties en door het ontwikkelen van lokale projecten voor reductie van de CO2-uitstoot, delen we onze 'best praktices', zodat we ervoor kunnen zorgen dat onze transport en logistiek efficiënter worden.

We stappen steeds meer over naar vervoer van goederen via trein en boot in plaats van via de weg. In geval goederen toch nog via de weg getransporteerd moeten worden, onderzoeken we de toepassing van andere methoden, zoals alternatieve brandstoffen (zoals vloeibaar aardgas (LNG), gecomprimeerd aardgas (CNG) en biobrandstoffen), elektrische voertuigen, thermische oplossingen voor temperatuurgecontroleerde vrachtwagens en waterstoftechnologieën. We werken samen met onze partners aan een snelle acceptatie van bovengenoemde technologieën.

1 De cumulatieve verbetering sinds 2010 en de jaarlijkse verbetering wordt in meer dan 50 landen gemeten.

Verminderen CO2 uitstoot veroorzaakt door transport

Verminderen CO2 uitstoot veroorzaakt door koelingsapparatuur

Als ‘s werelds grootste ijsproducent willen we de installatie van vrieskisten die milieuvriendelijke natuurlijke (waterstof) koelvloeistoffen gebruiken, versnellen. Toen we ons Plan in november 2010 introduceerden, hadden we al 450.000 van deze vrieskisten met nieuwe koelvloeistoffen gekocht.



  • Tegen 2015 hebben we nog 850.000 vrieskisten extra gekocht.

In 2013 hebben we ons doel om 850.000 milieuvriendelijke vrieskisten te kopen, met een totale aankoop van 1,5 miljoen vrieskisten, ruimschoots behaald.

In 2018 steeg dat aantal naar circa 2,9 miljoen vrieskisten met koolwaterstof.


Ons perspectief

De milieuvriendelijke koolwaterstof (HC) koelvloeistoffen die we gebruiken in onze vrieskisten generen minder CO2-uitstoot dan de fluorkoolwaterstoffen (HFK’s) die we voorheen gebruikte. De CO2-uitstoot van de fluorkoolwaterstoffen is namelijk duizend malen hoger dan de CO2-uitstoot van een vergelijkbare hoeveelheid koolwaterstof. Door alleen al de koelvloeistoffen te vervangen, worden onze vrieskisten 10% meer energie-efficiënt. Eind 2018 hadden we circa 2,9 miljoen vrieskisten gekocht die gekoeld worden met natuurlijke koelvloeistoffen.

We gaan door met de installatie van milieuvriendelijke HC-vrieskisten en blijven onze vrieskisten meer energie-efficiënt maken. In 2018 waren de vrieskisten die we inkochten 50% meer energie-efficiënt vergeleken met ons basisniveau in 2018. Het percentage energie-efficiëntie was bij de beste modellen zelfs nog hoger. We werken momenteel aan innovaties om de energie-efficiëntie van vrieskisten nog verder te verbeteren. Hieronder valt ook het testen van zonnepanelen om onze vrieskisten van stroom te voorzien.

Milieuvriendelijke vrieskisten

Het energieverbruik in onze kantoren reduceren

Tegen 2020 hebben we de hoeveelheid energie (kWh) die we inkopen per medewerker in de kantoren van onze top 21 landen gehalveerd vergeleken met 2010.

Een 34% reductie van de hoeveelheid ingekochte energie (kWh) per medewerker sinds 2010.


Ons perspectief

Ons doel voor 2020 is ambitieus, namelijk de hoeveelheid ingekochte energie reduceren per medewerker op de locaties waarvoor deze doelstelling geldt. In 2018 daalde de absolute hoeveelheid ingekochte energie 6% vergeleken met 2017 en het aantal medewerkers op onze locaties waarvoor deze doelstelling geldt, daalde met 1,5%. Dit betekent een verbetering van onze prestaties in 2017. De prestaties zijn echter nog niet voldoende om ervoor te zorgen dat we weer op koers liggen wat betreft onze doelstelling om de ingekochte energie (kWh) per medewerker met 50% te reduceren vergeleken met 2010.

We zijn van plan om in 2019 de hoeveelheid ingekochte energie verder te reduceren en proberen meer manieren te vinden om ervoor te zorgen dat we weer op koers liggen wat onze prestaties betreft. We blijven vooruitgang boeken wat betreft onze energie-efficiëntieprogramma’s op veel van onze locaties. De energiebehoefte op een aantal locaties is echter toegenomen door bijvoorbeeld de overdracht van activiteiten en de opening van ons nieuwe Advanced Manufacturing Centre.

We blijven op onze kosten besparen door onze kantoren middels ons vastgoedprogramma te verhuizen naar locaties die meer energie-efficiënt zijn. Daarnaast blijven we energie besparen middels ons energiebeheerprogramma voor computers. Verder blijven we ons richten op de optimalisatie van onze gebouwbeheersystemen en de implementatie van ledverlichting op een aantal van onze kantoren om het energieverbruik te reduceren.

Daarnaast bekijken we de gevolgen voor het milieu veroorzaakt door onze keuzes met betrekking tot het inkopen van energie. In 2018 kocht 50% van onze locaties waarvoor deze doelstelling geldt gecertificeerde duurzame energie. Daarnaast werden onze kantoren in hartje Londen en in Surrey koolstofneutraal door de inkoop van gecertificeerd duurzaam gas. Hoewel het een uitdaging is om de ingekochte energie per medewerker te reduceren, blijven we de CO2-uitstoot van onze kantoren verder reduceren.

Energieverbruik van onze kantoren reduceren

Het aantal zakenreizen verminderen

We investeren in geavanceerde video-conferencingfaciliteiten om de communicatie gemakkelijker te maken en ervoor te zorgen dat onze medewerkers minder hoeven te reizen. Tegen 2011 zullen meer dan 30 landen de beschikking hebben over video-conferencingfaciliteiten.

Eind 2011 hadden 54 landen de beschikking over video- conferencingfaciliteiten.


Ons perspectief

We zijn blijven investeren in de implementatie van Skype for Business en geavanceerde video-conferencingfaciliteiten om de voetafdruk van onze zakenreizen te reduceren. .

Hierdoor hoeven we minder te reizen om vergaderingen bij te wonen en daalt onze CO2-uitstoot aanzienlijk. Deze investering levert duidelijk voordelen op. Het bespaart het bedrijf kosten en tijd en zorgt ervoor dat onze medewerkers niet meer zo veel vermoeiende reizen hoeven te maken.

Om de CO2-uitstoot van onze zakenreizen verder te reduceren, krijgen medewerkers een bericht te zien over de voordelen van het gebruik van Skype for Business als ze vluchten boeken via ons online reserveringssysteem. Hiermee stimuleren we medewerkers alleen te reizen indien noodzakelijk.

Terug naar top

VOLG ONS

We zijn altijd op zoek naar mensen die geïnteresseerd zijn in een duurzame toekomst.

CONTACT

Neem contact op met Unilever en onze teams.

CONTACTINFORMATIE