Het Unilever Sustainable Living Plan voor

Broeikasgassen verminderen

Om te helpen het probleem van klimaatverandering aan te pakken, hebben we de uitdagende ambitie om tegen 2030 CO2-positief te zijn in onze activiteiten.

In november 2015 hebben we aangekondigd dat we tegen 2030 CO2-positief zullen zijn in onze activiteiten. Dat betekent dat we tegen 2030 100% van de energie die we nodig hebben voor onze activiteiten, zullen betrekken van hernieuwbare bronnen en we zullen meer hernieuwbare energie genereren dan we verbruiken. We doen ook ons best om onze broeikasgasimpact (BKG) te verkleinen die te maken heeft met het betrekken van grondstoffen en met productie en innovatie, en we zetten ons nog meer in om ontbossing uit te bannen uit onze toeleveringsketens.

Onze strategie

We verdiepen onze inzet voor een beter klimaat door fossiele brandstoffen te elimineren uit onze productie.

Eliminating fossil fuels in manufacturing

De klimaatuitdaging

Het is algemeen bekend dat menselijke activiteiten verantwoordelijk zijn voor de recente veranderingen in het klimaat, door de uitstoot van kooldioxide en andere broeikasgassen. Om dit tegen te gaan, zijn overheden van over de hele wereld in 2015 in Parijs een universele overeenkomst aangegaan. In dit akkoord wordt de bovengrens van 2 graden Celsius opwarming vastgelegd ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Bovendien wordt het streven vastgelegd om de opwarming beperkt te houden tot 1,5 graad.

Klimaatsverandering en de desastreuze gevolgen ervan, zijn van belang voor ons bedrijf en onze consumenten. Er is dus een duidelijke businesscase voor actie. Belangrijke voordelen voor ons bedrijf, zijn het verlagen van bedrijfskosten en grotere veerkracht in onze energievoorziening, maar ook het verbeteren van de veiligheid van de levering van onze grondstoffen dankzij veranderingen in regenpatronen en het voorkomen van verstoring door extreme weersomstandigheden. Door proactief onze broeikasgassen (BKG)-uitstoot te verminderen, reduceren we ook milieureguleringen en -belastingen waar we mee te maken hebben.

We zien ook kansen. Meer en meer consumenten hanteren een milieubewustere levensstijl. In januari 2017 toonde een internationaal onderzoek van Unilever aan dat één derde van de consumenten (33% van de 20.000 deelnemers in vijf landen) er nu voor kiezen merken te kopen waarvan ze denken dat deze goed doen op sociaal- en milieugebied. Daarnaast bleek dat nog eens 21% actief merken zou kiezen als deze hun duurzaamheidskwalificaties duidelijker op de verpakking en in hun marketing zouden vermelden. Dus, het verminderen van de BKG-voetafdruk van onze merken is een manier om beter contact te maken met consumenten.

Onze aanpak

Ons doel is om tegen 2030 de impact halveren van broeikasgassen (BKG) afkomstig van onze producten binnen de totale levenscyclus. De BKG-uitstoot die wordt veroorzaakt door consumentengebruik van onze producten, is een groot deel van onze voetafdruk. 

Onze strategie verplicht ons om transformationele verandering te stimuleren door ontbossing uit te bannen uit onze toeleveringsketens, ons Climate Smart Agriculture-initiatief uit te rollen om de boeren en leveranciers waarvan we betrekken, te helpen met het verminderen van hun BKG-uitstoot, over te stappen naar vrieskisten met klimaatvriendelijke koelmiddelen en een openbaar beleid uit te dragen om klimaatsverandering tegen te gaan. We ontwerpen ook producten die minder BKG-intensief zijn en helpen consumenten om duurzamer te leven.

Onze productie speelt een belangrijke rol in al onze pogingen. We hebben onze CO2-uitstoot uit energie met meer dan 40% verminderd sinds 2008.

In november 2015 kondigden we een nieuw doel aan om tegen 2030 CO2-positief te zijn in onze activiteiten. Dat betekent dat we 100% van de energie die we nodig hebben voor onze activiteiten zullen betrekken van hernieuwbare bronnen en we zullen meer hernieuwbare energie genereren dan we verbruiken, waarbij we een overschot aan hernieuwbare energie beschikbaar zullen stellen aan de markten en de gemeenschappen waar we actief zijn.

Als het gaat om het verminderen van de BKG-voetafdruk die wordt veroorzaakt door consumentengebruik; het blijft lastig daar invloed op uit te oefenen. Maar het broeikasgaseffect van onze producten binnen hun totale levenscyclus, inclusief gebruik door de consument, stijgt nog steeds en is sinds 2010 met 8% omhoog gegaan.

Gedurende de afgelopen zes jaar hebben we geleerd wat we zelf kunnen doen om verandering te bewerkstelligen, en waar we kunnen vertrouwen op een veel langzamer veranderproces. Als het gaat om het zelf tot stand brengen van verandering; we hebben producten ontwikkeld die minder BKG-intensieve ingrediënten bevatten, bijvoorbeeld door fosfaten te verwijderen of verminderen in wasmiddelen. 

Meer dan 60% van de BKG-voetafdruk in onze waardeketen wordt veroorzaakt door consumentengebruik, met name warm water om te douchen. Het is lastiger daar invloed op uit te oefenen omdat dit afhankelijk is van veel meer externe factoren, zoals energie die in huizen wordt geleverd, en wij zijn afhankelijk van een bredere systeemverandering.

Onze toezegging

De broeikasgasimpact halveren van onze producten binnen hun totale levenscyclus tegen 2030.1.

Tegen 2030 zullen we CO2-positief zijn in onze eigen productie, door fossiele brandstoffen te elimineren en de energie voor onze activiteiten 100% te betrekken van hernieuwbare bronnen. We zijn ook van plan het genereren van meer energie dan we nodig hebben te steunen, en het overschot beschikbaar stellen aan de markten en gemeenschappen waar we actief zijn.

Voortgang

Sinds 2008 hebben we goede vooruitgang geboekt in het verminderen van CO2-uitstoot van onze productie en een reductie van 43% per ton productie bereikt in 2016. We hebben ons doel dus vier jaar eerder behaald. 31,6% van ons totale energieverbruik bestond uit hernieuwbare energie. Echter, het broeikasgaseffect van onze producten binnen hun totale levenscyclus, inclusief gebruik door de consument, is sinds 2010 met 8% omhoog gegaan.

Toekomstige uitdagingen

We hebben beperkte vooruitgang geboekt in het verminderen van uitstoot die wordt veroorzaakt door consumentengebruik van onze producten sinds de lancering van ons Unilever Sustainable Living Plan nu zes jaar geleden.

Onze aankoop van huid- en haarverzorgingsmerken heeft ons aandeel in producten die worden geassocieerd met een hogere CO2-uitstoot per consumentengebruik, verhoogd. Deze producten worden gebruik door consumenten als zij een warme douche of bad nemen.

We zijn dus afhankelijk van een breder spectrum aan externe factoren, zoals de energie verbruikt door consumentenapparatuur, de koolstofintensiteit van energie die wordt geleverd aan consumenten en consumentgedrag. Innovatieve producten, zoals onze compressed deodorantsprays en geconcentreerde wasmiddelen waarmee men kleding op een lagere temperatuur kan wassen, zijn een begin, maar er is nog veel werk aan de winkel. Verandering op grote schaal is alleen mogelijk als overheden over de hele wereld toezeggingen doen om op lange termijn broeikasgassen te verminderen en om dit veranderproces te financieren.

De Broeikasgas-component van ons Unilever Sustainable Living Plan draagt bij aan een aantal van de Global Goals van de VN voor duurzame ontwikkeling en speelt een rol in het verschuiven van deze externe factoren. De Global Goals die betrekking hebben op het klimaat zijn, Doel 7 - Duurzame en betaalbare energievoorziening, 9 - Innovatie en goede infrastructuur, 12 - Verantwoord gebruik van hulpbronnen en 13 - Klimaatmaatregelen.

Wij dragen op verschillende manieren bij aan de Global Goals, zoals:

  • onze productiedoelen belofte om 100% van onze energie te betrekken van hernieuwbare bronnen, in lijn met Doelen 7, 8 en 9.
  • Innovatieve producten, zoals onze vrieskisten met klimaatvriendelijke koelmiddelen, compressed deodorantsprays en geconcentreerde wasmiddelen waarmee men kleding op een lagere temperatuur kan wassen, dragen bij aan Doel 12, maar er is nog veel werk aan de winkel.
  • Onze ambitie om ontbossing uit te bannen uit de wereldwijde toeleveringsketens (in lijn met Doel 13), stelt ons ook voor grote uitdagingen. We boeken vooruitgang. Meer dan 90% van de wereldwijd verhandelde palmolie wordt nu ondersteund door 'geen ontbossings'-toezeggingen. De uitdaging is echter om deze beloftes om te zetten tot actie. Ons belangenbehartigingswerk voor klimaatsverandering en ontbossing is daarom cruciaal.

Onafhankelijk vastgesteld door PwC

1 Met ingang van herziene broeikasgasstrategie aangekondigd in 2016.

Transformationele verandering - Ontdek hoe we transformationele verandering stimuleren door ontbossing te stoppen, de positie van de vrouw te versterken, duurzame landbouw en kleinschalige boeren te ondersteunen en water, sanitatie en hygiëne te verbeteren.


Uitbreiden voor meer over Broeikasgassen verminderen

Doelen en prestaties

We hebben een ambitieuze toezegging gedaan om de broeikasgassen (BKG) te halveren die gepaard gaan met het consumentengebruik van onze producten in onze waardeketen.


Broeikasgassen
Onze toezegging

De broeikasgasimpact halveren van onze producten binnen hun totale levenscyclus tegen 2030.1

Onze prestaties
In 2016 is onze broeikasgasimpact per consumentengebruikseenheid gestegen met circa 8% sinds 2010.
Ons perspectief

In 2016 hebben we in onze fabrieken de CO2-uitstoot uit energie met 43% per ton productie omlaag gebracht vergeleken met 2008. We hebben ons doel dus vier jaar eerder behaald.

Desondanks is de BKG-impact van onze producten sinds 2010 met 8% gestegen.2 De groei van de onderliggende verkopen over dezelfde periode was 30%; het is dus bemoedigend te zien dat we de BKG-impact van onze waardeketen inderdaad kunnen loskoppelen van onze groei als bedrijf.

De toename van de BKG-uitstoot per consumentengebruikseenheid wordt echter vooral veroorzaakt door onze activiteiten op het gebied van persoonlijke verzorging, waar we nu meer haar- en doucheproducten hebben door acquisities, waaronder het bedrijf Alberto Culver. Meer dan 60% van de BKG-voetafdruk in onze waardeketen wordt veroorzaakt door consumentengebruik, met name warm water om te douchen; het is lastiger daar invloed op uit te oefenen.

Sinds we ons Plan in 2010 lanceerden, hebben we veel geleerd over waarop we invloed hebben en waarop niet, en waar in breder verband actie nodig is van anderen. Zo is het met name noodzakelijk dat consumenten overstappen op hernieuwbare energie.

We hebben ook nieuwe doelen vastgesteld om tegen 2030 CO2-positief te worden in onze activiteiten. Hierin is ook opgenomen dat we tegen 2030 100% van al onze benodigde energie zullen betrekken van hernieuwbare bronnen, waarbij we een overschot aan hernieuwbare energie beschikbaar zullen stellen aan de markten en de gemeenschappen waar we actief zijn.

1 Onze milieudoelstellingen zijn weergegeven ten opzichte van een basisniveau van 2010 en worden uitgedrukt op basis van ‘consumentengebruikseenheid'. Dit betekent eenmalig gebruik, of één eenheid of portie van een product.

2 Het basisniveau van 2010 is opnieuw geformuleerd met een afname van 0,2 g CO2 per consumentengebruikseenheid voor broeikasgassen (BKG). Toegepast op onze resultaten van 2015 zou de opnieuw geformuleerde BKG-prestatie in 2015 met 7% zijn toegenomen in plaats van 6% per consumentengebruikseenheid in vergelijking met het basisniveau van 2010.


  • Bereikt

  • Op koers

  • Niet op koers

  • %

    van doel behaald

Key
  • Bereikt

  • Op koers

  • Niet op koers

  • %

    van doel behaald

Onze doelen

Ga naar Onafhankelijke vaststelling voor meer details over ons vaststellingsprogramma in het hele Sustainable Living Plan van Unilever.

CO2-positief worden qua productie

  • Tegen 2020 zal de CO2-uitstoot uit energie gebruikt in onze fabrieken op of onder het niveau van 2008 liggen, ondanks aanzienlijk hogere productievolumes.

Dit vertegenwoordigt een vermindering van ongeveer 40% per ton productie.

Ten opzichte van een basisniveau in 1995 betekent dit een reductie van 63% per ton productie en een absolute reductie van 43%.

1.080.314 ton minder CO2 uit energie geproduceerd in 2016 dan in 2008 (een vermindering van 43% per ton productie).

Vergeleken met 1995 betekent dit een reductie van 66% in absolute termen.


Tegen 2030 zullen we CO2-positief zijn in onze productie:


  • Tegen 2030 zullen we 100% van de energie voor onze activiteiten** betrekken van hernieuwbare bronnen.

Eind 2016 bestond 31,6% van ons totale energieverbruik in onze productiefaciliteiten uit hernieuwbare energie, vergeleken met 15,8% in 2008.


  • Tegen 2020 zullen we alle elektriciteit die wordt ingekocht van het net betrekken van hernieuwbare bronnen.

Eind 2016 bestond 63% van alle energie die werd ingekocht van het net die werd verbruik in onze productiefaciliteiten, uit hernieuwbare energie.


  • Tegen 2020 zullen we steenkool uit de energiemix verwijderen.

In 2016 was 1,1 miljoen GJ van de energie die werd verbruikt in onze productiefaciliteiten afkomstig van steenkool. Dat is 4% van ons totale energieverbruik. 13 van onze productiesites gebruikten energie van steenkool.


  • Om in 2030 daadwerkelijk CO2-positief te kunnen zijn, willen we het genereren van meer energie dan we nodig hebben steunen en het overschot beschikbaar stellen aan de markten en gemeenschappen waar we actief zijn.

In 2016 zijn we begonnen met het ontwikkelen van onze methodologie en in het Sustainable Living Report van 2017 zullen we over vooruitgang op deze doelstelling rapporteren.


  • In alle nieuw gebouwde fabrieken streven we naar een impact die minder is dan de helft van die in ons basisniveau van 2008.

In 2016 zijn in Turkije, de Filipijnen en Oekraïne nieuwe fabrieken gestart met productie. Zodra deze volledig operationeel zijn, streeft elk van deze fabrieken naar een CO2-uitstoot uit energiegebruik van slechts de helft vergeleken met een representatief basisniveau in 2008.


Ons perspectief

In 2016 hebben onze fabrieken de CO2-uitstoot uit energie met 5,6% per ton productie verminderd in vergelijking met 2015 en 43% per ton productie in vergelijking met 2008. We hebben ons doel dus vier jaar eerder behaald. 1.080.314 minder ton CO2 uit energie werd geproduceerd in 2016 in vergelijking met ons basisniveau van 2008. We hebben het energieverbruik opnieuw verder verlaagd: met 1,3% per ton productie in 2016 en met 24% sinds 2008.

In 2015 kondigden we een nieuwe doelstelling aan, namelijk om 'CO2-positief' te worden. Dit gaat verder dan onze vorige doelstelling om tegen 2020 40% van de benodigde energie voor onze activiteiten te betrekken uit hernieuwbare bronnen. Aan het einde van 2016 kochten 97 productiesites in 28 landen op vijf continenten 100% van hun netstroom in van gecertificeerde hernieuwbare bronnen. In 2016 betrokken we 31,6% van onze wereldwijde energiebehoeften uit hernieuwbare bronnen.

Vermindering van broeikasgasuitstoot tijdens het wassen van kleding

Onze productformuleringen aanpassen om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2012 met 15% te verminderen.

Van meer dan 95% (gemeten naar volume) van onze waspoeders in onze 14 belangrijkste landen werd de samenstelling aangepast, waardoor eind 20121 de broeikasgasuitstoot met 15% werd verminderd.

We gaan door met het aanpassen van de samenstelling door optimalisering van grondstofgebruik in poeders en capsules en door optimalisering van het productieproces.


Ons perspectief

Vloeibare wasmiddelen hebben een kleinere BKG-impact dan poeders. Door vloeibare wasmiddelen geven we marktontwikkeling een impuls: op plekken waar zowel poeders, stukken harde zeep als vloeibare wasmiddelen aanwezig zijn, groeien we sneller in vloeibare wasmiddelen.

Veel van onze vloeibare wasmiddelen worden nu in geconcentreerde vorm verkocht. Ze leveren ook bij lagere temperaturen zeer goede wasprestaties. We maken ook meer gebruik van capsules als dosering, zodat consumenten niet te veel of te weinig kunnen gebruiken.

We blijven toonaangevend in onze bedrijfstak wat betreft ontwikkeling van poeders met een lagere milieu-impact door het verwijderen of verminderen van fosfaten en zeoliet, belangrijke bestanddelen met een hoge BKG-uitstoot. We hebben nu in al onze waspoeders wereldwijd een reductie gerealiseerd van 90% in het gebruik van fosfaten, met als resultaat een lagere BKG-uitstoot van tot 50% per consumentengebruikseenheid.

Vermindering van broeikasgasuitstoot als gevolg van transport

Tegen 2020 zal de CO2-uitstoot van ons wereldwijde logistieke netwerk zich op of onder het niveau van 2010 bevinden, ondanks aanzienlijk hogere productievolumes. Dit betekent een verbetering van 40% van de CO2-efficiency.

We gaan dit realiseren door het aantal gereden vrachtwagenkilometers te verminderen, voertuigen met een geringere uitstoot te gebruiken, alternatieve transportmethoden in te zetten, zoals treinen of schepen, en de energie-efficiency van onze magazijnen te verbeteren.

Verbetering van de CO2-efficiency met 27% sinds 2010. Verbetering van de CO2-efficiency met 6,7% en een afname in absolute termen van 7,4% in 20161 vergeleken met 2015

.

Ons perspectief

We hebben sinds 2010 weliswaar een verbetering van de CO2-efficiency gerealiseerd van 27%, en hebben in 2016 gestage vooruitgang geboekt, maar het behalen van onze toezegging voor 2020 blijft ambitieus.

We bouwen voort op de stevige basis die we al hebben gelegd. Door middel van innovaties en de ontwikkeling van bottom-up projecten om CO2-uitstoot te verlagen, zullen we ‘best practice’ delen om ervoor te zorgen dat onze transportlogistiek efficiënter wordt.

Steeds vaker vervoeren we goederen niet over de weg, maar per spoor of schip. Voor transporten die nog wel over de weg gaan, onderzoeken we technologieën zoals liquefied natural gas (LNG) als alternatieve brandstof, thermal blanket-technologie voor geïsoleerde opleggers en eFreight-software voor het matchen van de logistieke vraag, zodat minder vrachtwagens leeg rijden.

1 Cumulatieve verbetering sinds 2010 wordt gemeten in onze 14 belangrijkste landen; jaarlijkse verbetering wordt gemeten in meer dan 50 landen.

Vermindering van broeikasgasuitstoot als gevolg van het vriesproces

Als 's werelds grootste ijsproducent zullen wij de uitrol van vrieskisten met klimaatvriendelijke koelmiddelen (koolwaterstoffen) versnellen. Toen we ons Plan in november 2010 lanceerden, hadden we al 450.000 apparaten met het nieuwe koelmiddel aangeschaft.



  • Tegen 2015 zullen wij nog eens 850.000 apparaten aanschaffen.

In 2013 overtroffen we onze doelstelling om 850.000 klimaatvriendelijke vriezers aan te schaffen: het werden er in totaal ongeveer 1,5 miljoen.

In 2016 nam ons totale aantal vriezers met koolwaterstoffen toe tot ongeveer 2,3 miljoen.


Ons perspectief

De klimaatvriendelijke koelmiddelen met koolwaterstoffen die we in onze vriezers gebruiken, hebben een verwaarloosbare invloed op de opwarming van de aarde vergeleken met de fluorkoolwaterstoffen die daarvoor werden gebruikt. De energie-efficiency van de vriezers is bovendien zo’n 10% hoger. Tegen het einde van 2016 hadden we ongeveer 2,3 miljoen vriezers met natuurlijke koelmiddelen aangeschaft.

We gaan door met de uitrol van klimaatvriendelijke vriezers en met het verhogen van de energie-efficiency van onze vriezers. In 2016 verminderden onze nieuwste en energievriendelijkste vriezers het energieverbruik met meer dan 60% in vergelijking met ons basisniveau van 2008. We werken ook al aan de volgende generatie energiebesparende vriezers en onderzoeken het gebruik van hernieuwbare energie, zoals zonne-energie, voor onze vrieskisten.

Samen met anderen in de industrie blijven we werken aan het promoten van het gebruik van milieuvriendelijkere vriezers. Via de campagne 'Refrigerants, Naturally!' hebben we gepleit voor een verbod op de schadelijke fluorkoolwaterstoffen in veel algemeen gebruikte soorten vriezers in Europa; dit verbod wordt met ingang van 2022 van kracht.

Energieverbruik in onze kantoren terugdringen

Tegen 2020 zullen wij de ingekochte energie (kWh) per gebruiker voor de kantoren in onze belangrijkste 21 landen halveren in vergelijking met 2010.

32% minder ingekochte energie (kWh) per gebruiker sinds 2010.


Ons perspectief

We hebben onszelf voor 2020 het ambitieuze doel gesteld om het energieverbruik terug te dringen op de desbetreffende vestigingen. Om dit te bereiken, moet de efficiency per lokale vestiging worden verbeterd, de bezettingsgraad op de kantoren worden verhoogd en extra aandacht worden besteed aan locaties met het hoogste energieverbruik. Sinds 2010 hebben we 32% minder energie per gebruiker ingekocht - een verbetering van de 27% in 2015.

Factoren die hieraan hebben bijgedragen, zijn de overstap van verschillende vestigingen naar efficiëntere faciliteiten, het consolideren van verschillende kantoren op één locatie, de continue effectiviteit van ons pc-energiebeheerprogramma, een grotere focus op de optimalisatie van onze gebouwenbeheersystemen en het uitrollen van ledverlichting in een aantal kantoren.

Zakenreizen terugdringen

We investeren in geavanceerde voorzieningen voor videoconferenties om communicatie te vergemakkelijken en er tegelijk voor te zorgen dat onze medewerkers minder hoeven te reizen. Tegen 2011 zal dit netwerk meer dan 30 landen omvatten.

Eind 2011 omvatte het netwerk 54 landen.


Ons perspectief

We zijn blijven werken aan het implementeren van geavanceerde voorzieningen voor videoconferenties om onze voetafdruk op het gebied van reizen te verminderen. Aan het einde van 2016 hadden we voorzieningen voor videoconferenties geïmplementeerd in 90 landen.

Ons geavanceerde videoconferentiesysteem, Video Presence, wordt maandelijks voor meer dan 950 vergaderingen gebruikt vanuit Unilever-kantoren overal ter wereld. Hiermee is de noodzaak om te reizen voor een vergadering veel kleiner en verlagen we de CO2-uitstoot. Zo besparen we als bedrijf kosten en tijd, en hoeven onze medewerkers minder vermoeiende reizen te maken.

Om de BKG-uitstoot door zakenreizen van medewerkers nog verder te verlagen, sturen we medewerkers die een zakelijke vlucht willen boeken via ons boekingssysteem een bericht waarin de voordelen van het gebruik van Video Presence worden uitgelegd. Dit stimuleert medewerkers om alleen te reizen wanneer het echt niet anders kan.

Terug naar top