Het Unilever Sustainable Living Plan

Broeikasgassen

Droogtes, overstromingen, misoogsten, verstoorde en ontheemde gemeenschappen en getroffen economieën – de mogelijke bedreigingen van klimaatverandering zijn aanzienlijk en acuut. Maar hoewel klimaatverandering grote uitdagingen met zich meebrengt, biedt het ook enorme kansen.

Het is noodzakelijk actie te ondernemen op het gebied van klimaatverandering, maar het is ook een kans om ons bedrijf te laten groeien door in te spelen op kansen in onze waardeketen.

Wij willen onze bijdrage leveren in de wereldwijde beweging om een koolstofarme economie te creëren. Daarom verhogen we het gebruik van duurzame energie terwijl we ons inzetten om tegen 2030 CO2-positief te worden in onze activiteiten. Verder hebben we onszelf een wetenschappelijk onderbouwd doel gesteld om het effect van broeikasgassen (BKG) die ontstaan binnen de totale levenscyclus van onze producten tegen 2030 te halveren.**

De pijler van ons Unilever Sustainable Living Plan (USLP) gericht op BKG draagt bij aan een aantal van de Duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG's) van de VN, met name: Duurzame en betaalbare energievoorziening (SDG 7); Klimaatmaatregelen (SDG 13) en Duurzaam landgebruik (SDG 15).

Onze strategie

Wij willen dat koolstofarm de nieuwe standaard wordt. Daarom nemen we maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen in onze hele waardeketen te verminderen.

Eliminating fossil fuels in manufacturing

Actie ondernemen in onze waardeketen

In navolging van de Overeenkomst van Parijs, maken bijna 200 landen werk van koolstofarme hervormingen, waarmee ze de weg openen naar ongeveer $ 23 triljoen aan kansen voor klimaatvriendelijke investeringen tegen 2030. Om de huidige koolstofrijke infrastructuur om te zetten in een koolstofarme infrastructuur is een stelselmatige verandering nodig. De risico's van klimaatverandering overschrijden de grenzen tussen landen, continenten, sectoren en maatschappijen. SDG 17 – Versterken van mondiale samenwerking om de doelen te bereiken – is essentieel om voortgang te behalen voor de andere 16 SDG's. Bedrijven, overheden en burgers moeten allemaal een bijdrage leveren, maar samenwerking is fundamenteel voor een stelselmatige verandering. Daarom geven we voorrang aan belangenbehartiging en samenwerkingen met anderen.

We richten ons op problemen in onze volledige waardeketen, van het bestrijden van ontbossing en het verbeteren van de koolstofvoetafdruk van onze landbouwtoeleveringsketen tot het ontwerpen van meer producten met een lager broeikasgaseffect voor thuisgebruik.

27% Van onze BKG-voetafdruk is afkomstig van grondstoffen voor ingrediënten en verpakkingsmateriaal. De impact van klimaatverandering op de landbouw zal in de verschillende delen van de wereld anders zijn. Een belangrijke stap binnen ons programma voor duurzame betrekking van grondstoffen in 2018 is de lancering van de vernieuwde Sustainable Agriculture Code, waarin duidelijke richtlijnen staan over alle aspecten van Climate Smart Agriculture (klimaatvriendelijke landbouw).

In het midden van onze waardeketen bevinden zich onze eigen productiefaciliteiten en vestigingen – de onderdelen van ons bedrijf waarover we de grootste controle hebben. We hebben ons als doel gesteld dat we tegen 2030 CO2-positief zullen zijn in onze activiteiten. Dat betekent dat we 100% van onze energie zullen betrekken uit duurzame bronnen en dat we meer duurzame energie zullen genereren dan we verbruiken. Het overschot aan duurzame energie zullen we beschikbaar stellen aan de markten en de gemeenschappen waarin we actief zijn.

Technologie en innovatie spelen een belangrijke rol bij de aanpak van klimaatverandering en bij het inspelen op zakelijke kansen die een koolstofarme economie met zich meebrengt. Meer dan 60% van onze BKG-voetafdruk ontstaat wanneer consumenten onze producten thuis gebruiken. Om dit te verminderen, maken we gebruik van onze kennis en hulpbronnen op het gebied van innovatie, onderzoek en ontwikkeling om mensen uitstekende producten te bieden met een lager broeikasgaseffect.

De Taskforce on Climate-Related Financial Disclosures (TCFD)

Een toenemend aantal investeerders eist meer informatie over hoe bedrijven omgaan met de effecten van klimaatverandering en wij erkennen het belang van het vrijgeven van klimaatgerelateerde risico's en kansen. Het implementeren van de aanbevelingen van de TCFD is een belangrijke stap vooruit om marktmechanismen in staat te stellen efficiënte toewijzing van kapitaal te stimuleren en een soepele overgang naar een koolstofarme economie te ondersteunen.

Klimaatverandering heeft invloed op alles wat we doen en veel van onze USLP activiteiten zijn gericht op het tegen gaan van klimaatverandering. We hebben klimaatgerelateerde toelichtingen opgenomen in ons Jaarverslag en de Jaarrekeningen van 2017 (PDF | 4MB) en in de hoofdstukken in ons Sustainable Living Report gericht op het Verminderen van de impact op het milieu,nl Broeikasgas, Water, Afval, and Betrekken van grondstoffen uit duurzame landbouw

Onze aanpak

Ons doel is om tegen 2030 het effect van broeikasgassen (BKG) die ontstaan gedurende de totale levenscyclus van onze producten, te halveren. Dit is een wetenschappelijk onderbouwd doel dat wordt ondersteund door onze CO2-positieve wetenschappelijk gefundeerde doelen. Deze doelen worden gedefinieerd als "voldoende koolstofarm om de stijging van de wereldwijde temperatuur onder de 2°C te houden in vergelijking met de temperaturen van het pre-industriële tijdperk"*** – die ten grondslag liggen aan de Overeenkomst van Parijs.

Om de financiële risico's te begrijpen die klimaatverandering op ons bedrijf kan hebben, hebben we een analyse uitgevoerd van de gevolgen die twee scenario's van wereldwijde opwarming, namelijk 2°C en 4°C, in 2030 zullen hebben. We hebben de belangrijkste gevolgen voor Unilever vastgesteld in geval van beide scenario's op basis van bestaande interne en externe data. We ondernemen actie om onze klimaatveranderingsrisico's aan te pakken in overeenstemming met de resultaten van de scenario-analyse en profiteren tegelijkertijd van de kansen die deze veranderingen met zich mee kunnen brengen in onze waardeketen.

De belangrijkste gevolgen van het 2°C scenario:

  • Koolstofprijzen worden geïntroduceerd in belangrijke landen en dat brengt stijgingen met zich mee van zowel de fabricagekosten als de kosten van grondstoffen, zoals ingrediënten voor zuivelproducten en de metalen die worden gebruikt in verpakkingsmateriaal.
  • De vereisten voor nul netto ontbossing worden geïntroduceerd en een verschuiving naar duurzame landbouw zet de landbouwproductie onder druk, waardoor de prijs van bepaalde grondstoffen stijgt.

De belangrijkste gevolgen van het 4°C scenario:

  • Chronische en acute waterstress vermindert de landbouwproductiviteit in sommige gebieden, waardoor de prijzen van grondstoffen stijgen.
  • Een toename van extreme weersomstandigheden (storm en overstromingen) zorgt voor meer verstoringen van onze fabricage- en distributienetwerken.
  • Temperatuurstijgingen en extreme weersomstandigheden verminderen de economische activiteit en de groei van het bruto nationaal product (BNP), waardoor de verkoop daalt.

De resultaten van de scenario-analyse bevestigen het belang van verdere inzet om ervoor te zorgen dat we de kritische onderlinge afhankelijkheden tussen klimaatverandering en ons bedrijf begrijpen. En dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat we actieplannen hebben om deze risico's te verminderen en het bedrijf voor te bereiden op de toekomstige omgeving waarin we actief zullen zijn.

Om klimaatverandering aan te pakken, gaan we uit van een tweeledige aanpak: veranderingen doorvoeren in ons eigen bedrijf – gericht op het verlagen van de emissies waarover we de meeste controle hebben – en tegelijkertijd deelnemen aan collectieve inspanningen en belangenbehartiging om systematische veranderingen te realiseren die nodig zijn om een koolstofarme wereld te creëren. Wij maken onder andere gebruik van:

  • Ons klimaatvriendelijke landbouwprogramma dat erop gericht is de boeren en bedrijven in onze toeleveringsketen te helpen hun uitstoot van broeikasgassen te verminderen
  • Onze CO2-doelstellingen, waaronder het gebruik van 100% duurzame energie voor onze activiteiten tegen 2030
  • Het gebruik van interne prijsmechanismen voor koolstof om verandering in ons bedrijf te stimuleren
  • Collectieve maatregelen om ontbossing tegen te gaan genomen door toeleveringsketens wereldwijd
  • Overschakelen naar energie-efficiënte ijsvriezers
  • Het ontwerpen van producten met een lager broeikasgaseffect 
Onze toezegging

We zullen het broeikasgaseffect gedurende de gehele levenscyclus van onze producten tegen 2030 halveren.**

Daarnaast zullen we tegen 2030 CO2-positief zijn in onze eigen productie, door geen gebruik meer te maken van fossiele brandstoffen en de energie voor onze activiteiten 100% te betrekken uit duurzame bronnen. We zijn ook van plan meer duurzame energie op te wekken dan we nodig hebben en het overschot beschikbaar te stellen aan de markten en gemeenschappen waarin we actief zijn.

Voortgang

We hebben de CO2-uitstoot uit de energieopwekking voor onze activiteiten met 47%† per ton productie verminderd en we zijn producten blijven ontwikkelen met minder broeikasgaseffect, maar het broeikasgaseffect dat gegenereerd wordt tijdens de gehele levenscyclus van onze producten is met ongeveer 9%† toegenomen sinds 2010.**

De onderliggende verkopen zijn in dezelfde periode met 33,1% gestegen, het is dus bemoedigend dat de broeikasgaseffecten niet evenredig stijgen met de groei van ons bedrijf. De stijging van de broeikasemissies per consument zijn voornamelijk het gevolg van onze Personal Care divisie waarvan het aantal haar- en doucheproducten is gestegen middels overnames.

Toekomstige uitdagingen

Het veranderingsproces dat in gang is gezet met de genomen maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan, zit in een voortdurende stijgende lijn. De aanpak van de CO2-uitstoot speelt een steeds grotere rol bij de besluitneming van steeds meer investeerders. En een onderzoek dat wij in 2016 uitvoerden, toonde aan dat consumenten steeds vaker kiezen voor duurzame bedrijven en producten. We zijn van mening dat het mogelijk is om een overgang te maken naar koolstofarme economieën en - samenlevingen – maar er zullen ongetwijfeld nog grote uitdagingen op ons pad blijven komen.

De hoeveelheid beschikbare duurzame energie neemt toe en de kosten om deze op te wekken, nemen snel af. Maar het merendeel van de infrastructuur in de wereld is nog steeds afhankelijk van fossiele brandstoffen. Dat betekent bijvoorbeeld dat de elektriciteit die gebruikt wordt om water op te warmen, waaronder het heet water dat wordt gebruikt door onze consumenten, aanzienlijk bedraagt aan de uitstoot van CO2.

Om ons streven voor 2030 te behalen om de broeikasgaseffecten gedurende de gehele levenscyclus van onze producten te halveren, zijn we afhankelijk van allerlei externe factoren, zoals de energie-efficiëntie van consumentenapparatuur, het koolstofgehalte van de energie die aan woonhuizen wordt geleverd en het consumentengedrag.

We zijn van mening dat koolstoftarieven een belangrijk onderdeel uitmaken van de mondiale reactie op de klimaatverandering en zonder deze koolstoftarieven zal de wereld haar doelstellingen met betrekking tot de vermindering van de broeikasgassen waarschijnlijk niet behalen. We hebben de oproep voor koolstoftarieven openlijk gesteund en zijn lid van de UN Global Compact’s (UNGC’s) Caring for Climate Campagne en de Carbon Pricing Leadership Coalition, die worden georganiseerd door de Wereldbank. We hebben de Business Leadership Criteria on Carbon Pricing (eisen met betrekking tot leiderschapsvaardigheden inzake koolstoftarieven) van de UNGC’s ingevoerd en in 2018 hebben we onze interne koolstofprijs verhoogd naar €40 per ton.

* Twee van onze doelstellingen zijn in 2017 goedgekeurd door het Science Based Targets Initiative (SBTi). We hebben onze eerste wetenschappelijk onderbouwde doelstelling in 2010 vastgesteld, nl. het halveren van de impact van broeikasgassen gedurende de gehele levenscyclus van onze producten tegen 2030. De tweede wetenschappelijk onderbouwde doelstelling werd in 2015 geïntroduceerd, nl. dat al onze vestigingen 100% van hun energie uit duurzame bronnen betrekken tegen 2030.

** Onze milieudoelstellingen worden vergeleken met het basisniveau van 2010 en worden uitgedrukt 'per consumentengebruikseenheid'. Dit betekent eenmalig gebruik of één eenheid of portie van een product.

***Zoals staat omschreven in het vijfde evaluatierapport van de intergouvernementele werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC ARS).

Onafhankelijk vastgesteld door PwC


Uitvouwen voor meer over broeikasgassen

Doelen en prestaties

We hebben een ambitieuze toezegging gedaan om de broeikasgassen (BKG) te halveren die gepaard gaan met het consumentengebruik van onze producten in onze waardeketen.


Broeikasgassen
Onze toezegging

Het broeikasgaseffect gedurende de gehele levenscyclus van onze producten tegen 2030 halveren.*

Onze prestaties

Ons broeikasgaseffect per consumentengebruikseenheid is tussen 2010 en 2017 gestegen met circa 9%.*

Ons perspectief

In 2017 hebben onze productiefaciliteiten de CO2 uitstoot als gevolg van energieopwekking met 47% †per ton productie verminderd vergeleken met 2008. We hebben ook het gebruik van duurzame energie binnen onze productiefaciliteiten verhoogd; in 2017 was dit een percentage van 33,6% vergeleken met 15,8% in 2008. Verder werd 65% van alle stroom voor het energienet in onze productiefaciliteiten opgewekt uit duurzame energie.

Sinds we in 2010 ons Plan lanceerden, hebben we veel geleerd over de facetten waar we invloed op hebben en welke niet, en waar in breder verband actie nodig is van anderen. De verschuiving naar het gebruik van duurzame energie in het energienet kost bijvoorbeeld tijd, maar gaat de juiste kant op. Dit zal positief bijdragen aan de halvering van het BKG-effect van onze producten tegen 2030.

Om onze bijdrage hieraan te leveren, hebben we ook doelen gesteld om onze activiteiten tegen 2030 'CO2-positief' te maken. Deze doelen houden ook in dat we tegen 2030 100% van al onze benodigde energie zullen betrekken van duurzame bronnen, waarbij we een overschot aan duurzame energie beschikbaar zullen stellen aan de markten en de gemeenschappen waar we actief zijn.

Het BKG-effect van onze producten is sinds 2010 echter met 9% gestegen.* De onderliggende verkopen zijn in dezelfde periode gestegen met 33,1%, dus het is bemoedigend om te zien dat het BKG-effect van onze waardeketen niet evenredig groeit met de groei van ons bedrijf.

De toename van broeikasgasemissies per consumentengebruik wordt met name veroorzaakt door de Beauty & Personal Care divisie, waarvan het aantal haar- en doucheproducten is gegroeid middels overnames . Meer dan 60% van de BKG-voetafdruk in onze waardeketen wordt veroorzaakt door consumentengebruik, met name door het verwarmen van water om te douchen; het is lastiger daar invloed op uit te oefenen.

* Onze milieudoelstellingen worden vergeleken met het basisniveau van 2010 en worden uitgedrukt 'per consumentengebruikseenheid'. Dit betekent eenmalig gebruik of één eenheid of portie van een product.

Onafhankelijk vastgesteld door PwC


  • Bereikt

  • Op koers

  • Niet op koers

  • %

    van doel behaald

Key
  • Bereikt

    Bereikt

  • Op koers

    Op koers

  • Niet op koers

    Niet op koers

  • %

    van doel behaald

    van doel behaald

Onze doelen

Ga naar Onafhankelijke vaststelling voor meer details over ons vaststellingsprogramma in het hele Sustainable Living Plan van Unilever.

CO2-positief worden qua productie

  • Tegen 2020 zal de CO2 uitstoot van de energie die gebruikt wordt in onze productiefaciliteiten op of onder het niveau van 2008 liggen, ondanks aanzienlijk hogere productievolumes.

Dit betekent een reductie van ongeveer 40% per ton productie.

Ten opzichte van het basisniveau in 1995 betekent dit een reductie van 63% per ton productie en een absolute reductie van 43%.

1.218.554 ton minder CO2 uit energie geproduceerd in 2017 dan in 2008 (een vermindering van 47% per ton productie).

In vergelijking met 1995 betekent dit in absolute cijfers een reductie van 69%.


Tegen 2030 zullen we CO2-positief zijn in onze productie:


  • Tegen 2030 zullen we 100% van de energie voor onze activiteiten** betrekken van duurzame bronnen.

Eind 2017 bestond 33,6% van ons totale energieverbruik in onze productiefaciliteiten uit duurzame energie, vergeleken met 15,8% in 2008.


  • Tegen 2020 zullen we alle elektriciteit die wordt ingekocht van het net, betrekken van duurzame bronnen.

Eind 2017 bestond 65% van alle netstroom die werd verbruikt in onze productiefaciliteiten, uit duurzame energie.


  • Tegen 2020 zullen we steenkool uit de energiemix verwijderen.

In 2017 was 1,1 miljoen GJ van de energie die werd verbruikt in onze productiefaciliteiten, afkomstig van steenkool. In dat jaar gebruikten 16 van onze productievestigingen energie van steenkool. Eind 2017 was dit verlaagd naar 12 vestigingen.


  • Om in 2030 daadwerkelijk CO2-positief te kunnen zijn, willen we meer energie opwekken dan we nodig hebben en het overschot beschikbaar stellen aan de markten en gemeenschappen waarin we actief zijn.

In 2017 hebben we de ontwikkeling van onze methodiek voortgezet en in het Sustainable Living Report van 2018 zullen we over de voortgang voor deze doelstelling rapporteren.


  • In alle nieuw gebouwde productiefaciliteiten streven we naar een voetafdruk die minder is dan de helft van de productiefaciliteiten in ons basisniveau van 2008.

In 2017 zijn in Turkije, Vietnam, India en Iran nieuwe productiefaciliteiten gestart met productie. Zodra deze volledig operationeel zijn, streeft elk van deze productiefaciliteiten naar een halvering van de CO2 uitstoot uit energiegebruik vergeleken met een representatief basisniveau in 2008.


Ons perspectief

In 2017 hebben onze productiefaciliteiten de CO2 uitstoot uit energie met 8,1% per ton productie verminderd in vergelijking met 2016 en 47% per ton productie in vergelijking met 2008, ondanks dat we ons doel in 2016 al vier jaar eerder hadden behaald dan gepland. In 2017 werd 1.218.554ton minder CO2 uit energie geproduceerd in vergelijking met ons basisniveau in 2008. We hebben het energieverbruik opnieuw verder verlaagd: met 2,8% per ton productie in 2017 en met 26% sinds 2008.

In 2015 hebben we onze ambitie om CO2-positief te worden, bekendgemaakt. Dit gaat verder dan onze vorige doelstelling om tegen 2020 40% van de benodigde energie voor onze activiteiten te betrekken uit duurzame bronnen. Aan het eind van 2017 kochten 109 productievestigingen in 36 landen op vijf continenten 100% van hun netstroom in uit gecertificeerde duurzame bronnen. In 2017 betrokken we 33,6% van onze wereldwijde energiebehoeften uit duurzame bronnen.

Update in de Benelux

  • Unilever Europa gebruikt sinds 2011 100% groene elektriciteit. Sinds 1 januari 2017 betrekt Unilever Nederland deze groene elektriciteit van het windmolenpark Luchterduinen. Dit windmolenpark is in beheer bij Eneco. Mede hierdoor is in de laatste 5 jaar de CO2 uitstoot van onze fabrieken met ruim 18% gedaald.
  • Het totale energieverbruik van de fabrieken is in dezelfde periode gedaald met ruim 15%. Dit is het gevolg van o.a. het gebruik van biogas in de fabriek in Hellendoorn. Ruim 5% van het aardgas is vervangen door biogas. Ook het gebruik van energie is geoptimaliseerd door de verschillende systemen met elkaar te verbinden. Zo is in de Nassaukade de besturing van de warmwaterketels en de stoomketel met elkaar verbonden om ervoor te zorgen dat er altijd met de meest efficiënte machine warmte wordt gecreëerd. Er wordt hierdoor circa 50 duizend kuub aardgas per jaar bespaard. Dit komt overeen met het aardgasverbruik van ongeveer 30 huishoudens in Nederland.
Hoe we CO2-positief worden in onze activiteiten

Minder uitstoot van broeikasgassen bij het wassen van kleding

Onze productformuleringen aanpassen om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2012 met 15% te verminderen.

Van meer dan 95% (gemeten naar volume) van onze waspoeders in onze 14 belangrijkste landen werd de samenstelling aangepast, waardoor eind 2012 de broeikasgasemissies met 15% werd verminderd.

We gaan door met het aanpassen van de samenstelling door optimalisering van grondstofgebruik in poeders en capsules en door optimalisering van het productieproces.


Ons perspectief

Vloeibare wasmiddelen hebben een kleinere broeikasgasvoetafdruk dan poeders. We geven marktontwikkeling een impuls door middel van vloeibare wasmiddelen: op plekken waar poeders, stukken harde zeep en vloeibare wasmiddelen beschikbaar zijn, groeien we sneller in vloeibare wasmiddelen.

Veel van onze vloeibare wasmiddelen worden nu in geconcentreerde vorm verkocht, wat de uitstoot van broeikasgassen vermindert. Ze leveren ook zeer goede wasprestaties bij lagere temperaturen. We maken ook meer gebruik van capsules als dosering, zodat consumenten niet te veel of te weinig kunnen gebruiken.

We blijven toonaangevend in onze bedrijfstak wat betreft de ontwikkeling van poeders met een lagere impact op het milieu door het verwijderen of verminderen van fosfaten en zeoliet, belangrijke bestanddelen met een hoog BKG-effect. We zijn gestopt met het gebruik van fosfaten in al onze vaatwasproducten weggenomen en hebben wereldwijd een 95%-reductie gerealiseerd met betrekking tot fosfaatgebruik in onze waspoeders, met als resultaat een daling van de BKG-uitstoot van wel 50% per consumentengebruikseenheid. We blijven onderzoek doen naar technologieën waarmee we in de toekomst producten zonder fosfaten kunnen ontwikkelen.

Update in de Benelux

  • We werken continu aan reductie van de broeikasgasimpact van het wasproces door onze vloeibare wasmiddelen geconcentreerder en onze waspoeders compacter te maken. Daarnaast stimuleren we consumenten om te wassen op lagere temperaturen en met de juiste dosering, met als doel dat dit in 2020 in 70% van de machinewassen gebeurt.
  • In 2017 is Omo van start gegaan met de vernieuwde “Omo wast door en door schoon, ook snel” campagne, waarmee Omo consumenten stimuleert om op kortere wasprogramma’s te wassen en daarmee tijd én energie te besparen. In 2017 hebben we met Omo 80 miljoen wasbeurten verkocht in Nederland. Dit betekent dat wanneer alle consumenten hun wasprogramma ook daadwerkelijk verkorten van 90 naar 30 minuten – wat wordt gestimuleerd door Omo – de wasmachine dankzij Omo 80 miljoen uren minder heeft gedraaid.
  • Het motto van Robijn is al jaren “Wat Mooi is Moet Mooi Blijven”, hiermee proberen we kleding zo lang mogelijk als nieuw te houden en dragen we bij aan het reduceren van afgedankte kleding.
Innoveren om broeikasgassen te verminderen

Vermindering van de uitstoot van broeikasgassen door transport

Tegen 2020 zal de CO2-uitstoot van ons wereldwijde logistieke netwerk zich op of onder het niveau van 2010 bevinden, ondanks aanzienlijk hogere productievolumes. Dit betekent een verbetering van 40% van de CO2-efficiëntie.

We gaan dit realiseren door het aantal gereden vrachtwagenkilometers te verminderen, voertuigen met een geringere uitstoot te gebruiken, alternatieve transportmethoden in te zetten, zoals treinen of schepen, en de energie-efficiëntie van onze magazijnen te verbeteren.

Verbetering van de CO2-efficiëntie met 31% sinds 2010. Verbetering van de CO2-efficiëntie met 6% en een afname in absolute termen van 4% in 2017 ten opzichte van 2016.1


Ons perspectief

In 2017 hebben we een verbetering van 31% in CO2-efficiëntie behaald sinds 2010. We hebben gestage voortgang geboekt Sommige van onze marktclusters hebben de hoogste verbetering in CO2-uitstoot ooit behaald.

Het behalen van onze toezegging voor 2020 blijft ambitieus, maar we zijn vastberaden om onze doelstelling te behalen door verder te bouwen op de stevige basis die we al hebben gelegd. We zullen door middel van innovaties en de ontwikkeling van bottom-up projecten om de CO2-uitstoot te verlagen onze beste praktijken delen om ervoor te zorgen dat onze transportlogistiek efficiënter wordt.

Steeds vaker vervoeren we goederen per spoor of schip in plaats van over de weg. Voor transporten die nog wel over de weg gaan, onderzoeken we technologieën zoals liquefied natural gas (LNG) als alternatieve brandstof, elektrische voertuigen, thermal blanket-technologie voor geïsoleerde opleggers en hydrogeentechnologieën. We werken samen met onze partners om de implementatie van de bovenstaande technologieën te versnellen.

Update in de Benelux

  • Binnen de Benelux zetten we ons in om volle(re) vrachtwagens op de weg te krijgen. Dit zorgt zowel voor minder vrachtwagens op de weg, als minder (lege) kilometers. We maken dit speerpunt bespreekbaar met onze klanten en bekijken gezamenlijk wat we kunnen doen om de vrachtwagens voller te krijgen. Daarnaast zijn wij actief bezig om de CO2 uitstoot van ons transportnetwerk te verlagen door te investeren in alternatieve brandstoffen zoals LNG.
  • Begin 2016 introduceerde Unilevers logistieke organisatie in Europa vrachtwagens op vloeibaar aardgas (LNG). Vergeleken met diesel produceert LNG 11,5% minder CO2 -uitstoot. In 2017 is de vloot aan LNG trucks verder uitgebreid met verschillende logistieke partners zoals Kuehne+Nagel en Farm Trans.
  • Dieselmotoren zijn lang de standaard geweest voor het aandrijven van de koelsystemen in onze gekoelde vrachtwagens. In 2017 is er in Nederland een pilot uitgevoerd met het koelen van deze vrachtwagens met vloeibare stikstof. Hierdoor wordt er schone stroom en koude lucht zonder uitstoot geproduceerd. De pilot was een succes. In 26 weken heeft de vrachtwagen 661 uur doorgebracht op de weg en meer dan 18.000 km afgelegd om Ben & Jerry’s en Ola-ijs te transporteren. Dit is zowel een overwinning voor het milieu als vanuit zakelijk perspectief.
  • In onze magazijnen maken we steeds vaker gebruik van slimme oplossingen om het energieverbruik te reduceren. Zo werken we aan het gebruik van Ledverlichting zijn diverse distributiecentra al voorzien van daken met zonnepanelen.

1De cumulatieve verbetering sinds 2010 wordt gemeten in onze 14 belangrijkste landen; jaarlijkse verbetering wordt gemeten in meer dan 50 landen.

Uitstoot door transport verminderen

Vermindering van broeikasgasuitstoot als gevolg van het vriesproces

Als 's werelds grootste ijsproducent zullen wij de uitrol van vrieskisten met klimaatvriendelijke koelmiddelen (koolwaterstoffen) versnellen. Toen we ons Plan in november 2010 lanceerden, hadden we al 450.000 apparaten met het nieuwe koelmiddel aangeschaft.



  • Tegen 2015 zullen wij nog eens 850.000 apparaten aanschaffen.

In 2013 overtroffen we onze doelstelling om 850.000 klimaatvriendelijke vriezers aan te schaffen: het werden er in totaal rond de 1,5 miljoen.

In 2017 nam ons totale aantal vriezers met koolwaterstoffen toe tot ongeveer 2,6 miljoen.


Ons perspectief

De klimaatvriendelijke koelmiddelen met koolwaterstoffen die we in onze vriezers gebruiken, hebben een verwaarloosbare invloed op de opwarming van de aarde vergeleken met de fluorkoolwaterstoffen die daarvoor werden gebruikt en die een invloed op de opwarming van de aarde hebben die duizenden malen groter is dan dezelfde hoeveelheid koolstofdioxide. De energie-efficiëntie van deze vriezers is bovendien zo'n 10% hoger. Tegen het einde van 2017 hadden we ongeveer 2,6 miljoen vriezers met natuurlijke koelmiddelen aangeschaft.

We gaan door met de uitrol van klimaatvriendelijke vriezers en met het verhogen van de energie-efficiëntie van onze vriezers. In 2017 waren onze ingekochte vriezers 50% energie-efficiënter ten opzichte van ons basisniveau van 2008, en bij de modellen die het meest energie-efficiënt waren, was het verschil nog groter. We werken momenteel aan innovaties om de energie-efficiëntie van onze vriezers nog meer te verhogen. Denk daarbij o.a. aan experimenten met het gebruik van zonnepanelen voor de energieopwekking van onze vrieskisten.

Klimaatvriendelijke vriezers

Energieverbruik in onze kantoren terugdringen

Tegen 2020 zullen wij de ingekochte energie (kWh) per gebruiker voor de kantoren in onze belangrijkste 21 landen halveren ten opzichte van 2010.

30% minder ingekochte energie (kWh) per gebruiker sinds 2010.


Ons perspectief

We hebben onszelf voor 2020 het ambitieuze doel gesteld om de ingekochte energie per gebruiker terug te dringen op onze geselecteerde vestigingen. In 2017 was er sprake van een kleine verhoging in de ingekochte energie en een daling van het aantal gebruikers op onze geselecteerde vestigingen. We zijn de energie-efficiënte programma’s op onze vestigingen blijven doorontwikkelen en veel vestigingen zijn efficiënter geworden in 2017.

Maar de energiebehoefte van onze datacenters en van onze vestigingen voor onderzoek en ontwikkeling is een uitdaging; hier wordt ongeveer de helft van onze ingekochte energie verbruikt. In 2017 hebben we het totale energieverbruik van beide datacenters met 7% verlaagd, maar door de gestegen vraag op andere vestigingen lag het reductiepercentage per gebruiker boven het cijfer van 2016. Onze vestigingen gericht op onderzoek en ontwikkeling experimenteren met pilotfabrieken die meer vergelijkbaar zijn met fabrieksactiviteiten en de energiebehoefte voor deze processen is niet gekoppeld aan het aantal gebruikers.

We zijn energie blijven besparen door middel van ons systeem waarmee we het stroomverbruik van pc’s beheren. We blijven ons richten op de optimalisatie van onze gebouwbeheersystemen en het uitrollen van ledverlichting in een aantal kantoren, om ons energieverbruik te verminderen.

We kijken daarnaast ook naar het koolstofeffect van onze energieaankoopbeslissingen. In 2017 werd op 42% van onze geselecteerde vestigingen gecertificeerde duurzame elektriciteit aangekocht. Daarnaast werden onze kantoren in hartje Londen en in Surrey CO2-neutraal dankzij de aankoop van gecertificeerd duurzaam gas. Hoewel het een uitdaging is om de ingekochte energie per gebruiker te verlagen, blijven we het BKG-effect van onze kantoren verlagen.

Update in de Benelux

Door continue efficiencyverbeteringen en optimalisaties in de installaties gebruiken we in onze kantoren 4% minder energie. Deze energievermindering is ontstaan door een combinatie van zaken zoals: kortere openingstijden van kantoren, LED verlichting in de parkeergarage Weena, de sluiting van het gebouw de Kade in Rotterdam, optimalisering van Settings Gebouw beheersystemen zodat de verwarming / koeling niet onnodig aan staat.

Het BKG-effect van onze kantoren verlagen

Verlagen van het aantal zakenreizen

We investeren in geavanceerde voorzieningen voor videoconferenties om communicatie te vergemakkelijken en er tegelijk voor te zorgen dat onze medewerkers minder hoeven te reizen. Tegen 2011 zal dit netwerk meer dan 30 landen omvatten.

Eind 2011 omvatte het netwerk 54 landen.


Ons perspectief

We zijn blijven investeren in het implementeren van Skype for Business en geavanceerde voorzieningen voor videoconferenties om onze voetafdruk op het gebied van reizen te verminderen.

Ons geavanceerde videoconferentiesysteem, Video Presence, wordt maandelijks voor meer dan 950 vergaderingen gebruikt vanuit Unilever kantoren over de hele wereld. Negentig landen beschikken over voorzieningen voor het beleggen van videoconferenties. Hiermee is de noodzaak om te reizen voor een vergadering veel kleiner en verlagen we de CO2-uitstoot. Zo besparen we als bedrijf kosten en tijd en hoeven onze medewerkers minder vermoeiende reizen te maken.

Om de BKG-uitstoot door zakenreizen van medewerkers nog verder te verlagen, sturen we medewerkers die een zakelijke vlucht willen boeken via ons boekingssysteem een bericht waarin de voordelen van het gebruik van Video Presence worden uitgelegd. Dit stimuleert medewerkers om alleen te reizen wanneer het echt niet anders kan.

Terug naar top