Het Unilever Sustainable Living Plan voor

Broeikasgassen

Om te helpen het probleem van klimaatverandering aan te pakken, hebben we de uitdagende ambitie om tegen 2030 CO2-positief te zijn in onze activiteiten.

Man die de wasmachine vult

Er is dringend actie nodig om klimaatverandering te bestrijden.

In november 2015 hebben we aangekondigd dat we tegen 2030 CO2-positief zullen zijn in onze activiteiten. Tegen 2030 zullen we 100% van de energie die we nodig hebben voor onze activiteiten betrekken van hernieuwbare bronnen en zullen we meer hernieuwbare energie genereren dan we verbruiken.

We doen ook ons best om onze broeikasgasimpact te verkleinen die te maken heeft met het betrekken van grondstoffen en met productie en innovatie, en we zetten ons nog meer in om ontbossing uit te bannen uit onze toeleveringsketens.

Doelen en prestaties

We hebben een ambitieuze toezegging gedaan om de broeikasgassen (BKG) te halveren die samenhangen met het consumentengebruik van onze producten in onze waardeketen.

BROEIKASGASSEN

ONZE TOEZEGGING

De broeikasgasimpact halveren van onze producten binnen hun totale levenscyclus tegen 2030.1

ONZE PRESTATIES
In 2015 is onze broeikasgasimpact per consumentengebruikseenheid gestegen met circa 6% sinds 2010.
ONS PERSPECTIEF

De impact van broeikasgassen (BKG) afkomstig uit onze productie neemt steeds verder af. In 2015 hebben we in onze fabrieken de CO2-uitstoot uit energie met 39%† per ton productie omlaag gebracht vergeleken met 2008.

Desondanks is de BKG-impact van onze producten sinds 2010 met 6%† gestegen. De groei van de onderliggende verkopen over dezelfde periode was 26%; het is dus bemoedigend te zien dat we de BKG-impact van onze waardeketen inderdaad kunnen loskoppelen van onze groei als bedrijf.

Tegen het einde van 2015 hadden we ons gebruik van fosfaten in waspoeders wereldwijd met 90% omlaag gebracht. Dit heeft de BKG-uitstoot verlaagd met percentages die oplopen tot 50% per consumentengebruikseenheid.

De toename van de BKG-uitstoot per consumentengebruikseenheid wordt echter vooral veroorzaakt door onze activiteiten op het gebied van persoonlijke verzorging, waar we nu meer haar- en doucheproducten hebben door acquisities. Meer dan 60% van de BKG-voetafdruk in onze waardeketen wordt veroorzaakt door consumentengebruik, met name warm water om te douchen; het is lastiger daar invloed op uit te oefenen. We hebben ons dan ook gerealiseerd dat we onze ambitie voor 2020 niet zullen halen.

Desondanks houden we vast aan aanpak van de totale waardeketen en aan het loskoppelen van broeikasgasimpact en groei, omdat aanpak van de totale waardeketen het meest recht doet aan de werkelijke impact van ons bedrijf.

Sinds we ons Plan in 2010 lanceerden, hebben we veel geleerd over waarop we invloed hebben en waarop niet, en waar in breder verband actie nodig is van anderen. Zo is het met name noodzakelijk dat consumenten overstappen op hernieuwbare energie. Op basis van deze nieuwe inzichten hebben we in 2015 onze strategie aangescherpt en onze doelstellingen verfijnd.

We hebben besloten onze toezegging om de BKG-uitstoot te halveren op te schuiven naar 2030. Drie van onze ondersteunende doelstellingen2 zijn een herhaling van de acties die we al uitvoeren als onderdeel van de ‘halverings’-doelstelling, en daarom hebben we besloten over de voortgang daarvan te rapporteren als onderdeel van ons halveringsdoel in plaats van apart.

We hebben ook nieuwe doelen vastgesteld om tegen 2030 CO2-positief te worden in onze activiteiten. Hierin is ook opgenomen dat we tegen 2030 100% van al onze benodigde energie zullen betrekken van hernieuwbare bronnen, waarbij we een overschot aan hernieuwbare energie beschikbaar zullen stellen aan de markten en de gemeenschappen waar we actief zijn.

We blijven ook zoeken naar manieren om een transformationele verandering tot stand te brengen. In de aanloop naar de VN Klimaatconferentie in Parijs (COP21) in 2015 maakte Unilever deel uit van het B-team dat opriep om de BKG-uitstoot wereldwijd volledig uit te bannen tegen 2050.

1 Onze milieudoelstellingen zijn weergegeven ten opzichte van een basisniveau van 2010, zoals berekend in december 2015, en worden uitgedrukt op basis van ‘consumentengebruikseenheid'. Dit betekent eenmalig gebruik, of één eenheid of portie van een product.

2BKG verminderen tijdens wassen en douchen, concentratie en volumevermindering van producten, en lagere wastemperaturen/juiste dosering van wasmiddelen.

Onafhankelijk vastgesteld door PwC.

  • Bereikt: 3
  • Op koers: 8
  • Niet op koers: 1
  • %% van doel behaald: 0

Onze doelen

Zie Independent Assurance (EN) voor meer informatie over ons borgingsprogramma in het Unilever Sustainable Living Plan.

CO2-POSITIEF WORDEN QUA PRODUCTIE

  • Tegen 2020 zal de CO2-uitstoot uit energiegebruik in onze fabrieken op of onder het niveau van 2008 liggen, ondanks aanzienlijk hogere productievolumes.

Dit vertegenwoordigt een vermindering van ongeveer 40% per ton productie.

Ten opzichte van een basisniveau in 1995 betekent dit een reductie van 63% per ton productie en een absolute reductie van 43%.

Tegen 2030 zullen we CO2-positief zijn in onze productie:

  • Tegen 2030 zullen we 100% van de energie voor onze activiteiten betrekken van hernieuwbare bronnen.
    Nieuwe doelstelling 2015*
  • Tegen 2020 zullen we alle elektriciteit die wordt ingekocht van het net betrekken van hernieuwbare bronnen.
    Nieuwe doelstelling 2015
  • Tegen 2020 zullen we steenkool uit onze energiemix verwijderen.
    Nieuwe doelstelling 2015
  • Om in 2030 daadwerkelijk CO2-positief te kunnen zijn, willen we het genereren van meer energie dan we nodig hebben steunen en het overschot beschikbaar stellen aan de markten en gemeenschappen waar we actief zijn.
    Nieuwe doelstelling 2015
  • In alle nieuw gebouwde fabrieken streven we naar een impact die minder dan de helft is van die in ons basisniveau van 2008.

1.015.000 ton minder CO2 uit energie geproduceerd in 2015 dan in 2008 (een vermindering van 39%† per ton productie).

Vergeleken met 1995 betekent dit een reductie van 65% in absolute termen.

Eind 2015 bestond 28% van ons totale energieverbruik uit hernieuwbare energie, vergeleken met 15,8% in 2008.

in het Sustainable Living Report van 2016 zullen we over deze doelstelling rapporteren.

in het Sustainable Living Report van 2016 zullen we over deze doelstelling rapporteren.

In het Sustainable Living Report van 2016 zullen we over deze doelstelling rapporteren.

In 2015 zijn in China, Indonesië, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten nieuwe fabrieken gestart met de productie. Zodra ze volledig operationeel zijn, streeft elk van deze fabrieken naar een CO2-uitstoot uit energiegebruik van slechts de helft vergeleken met een representatief basisniveau in 2008.

ONS PERSPECTIEF

In 2015 hebben we de CO2-uitstoot uit energie met 4% per ton productie verminderd in vergelijking met 2014, een consistente vooruitgang in de richting van onze doelstelling voor 2020.

We hebben ook de absolute uitstoot verminderd in vergelijking met 2014. Onze absolute reductie van 1.015.000† ton blijft significant onder ons basisniveau van 2008.

We hebben het energieverbruik opnieuw verder verlaagd: met 4,4% per ton productie in 2015 en met 23% sinds 2008.

In 2015 kondigden we een nieuwe doelstelling aan, namelijk om 'CO2-positief' te worden door: alle elektriciteit die wordt ingekocht van het net te betrekken uit hernieuwbare bronnen tegen 2020, steenkool uit onze energiemix te halen tegen 2020 en 100% van de benodigde energie in alle productieprocessen te betrekken uit hernieuwbare bronnen in 2030.

Dit gaat verder dan onze vorige doelstelling om tegen 2020 40% van de benodigde energie voor onze activiteiten te betrekken uit hernieuwbare bronnen. Op al onze vestigingen in Europa, de Verenigde Staten en Canada kopen we netstroom in van gecertificeerde hernieuwbare bronnen. In 2015 hebben we 28% van ons mondiale energieverbruik ingevuld uit hernieuwbare bronnen.

*Onze nieuwe doelstelling gaat verder dan onze vorige doelstelling om tegen 2020 40% van de benodigde energie voor onze activiteiten te betrekken uit hernieuwbare bronnen.

Onafhankelijk vastgesteld door PwC

VERMINDEREN VAN BROEIKASGASUITSTOOT TIJDENS HET WASSEN VAN KLEDING

Onze productformuleringen aanpassen om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2012 met 15% te verminderen.

Van meer dan 95% (gemeten naar volume) van onze waspoeders in onze 14 belangrijkste landen werd de samenstelling aangepast, waardoor eind 20121 de broeikasgasuitstoot met 15% werd verminderd.

We gaan door met het aanpassen van de samenstelling door optimalisering van grondstofgebruik in poeders en capsules en door optimalisering van het productieproces.

ONS PERSPECTIEF

Vloeibare wasmiddelen hebben een kleinere broeikasgasvoetafdruk dan poeders. Door vloeibare wasmiddelen geven we marktontwikkeling een impuls: op plekken waar zowel poeders, stukken harde zeep als vloeibare wasmiddelen aanwezig zijn, groeien we sneller in vloeibare wasmiddelen.

Veel van onze vloeibare wasmiddelen worden nu in geconcentreerde vorm verkocht. Ze leveren ook bij lagere temperaturen zeer goede wasprestaties.

We maken ook meer gebruik van capsules als dosering, zodat consumenten niet te veel of te weinig kunnen gebruiken.

We blijven toonaangevend in onze bedrijfstak wat betreft ontwikkeling van poeders met een lagere milieu-impact door het verwijderen of verminderen van fosfaten en zeoliet, belangrijke bestanddelen met een hoge BKG-uitstoot. We hebben nu in al onze waspoeders wereldwijd een reductie gerealiseerd van 90% in het gebruik van fosfaten, met als resultaat een lagere BKG-uitstoot van tot 50% per consumentengebruikseenheid.

Om uitstoot te verminderen werken we ook aan verbetering van onze verpakkingen door ze lichter te maken en door navulbare verpakkingen te gebruiken.

1 PwC heeft in haar beoordeling van dit doel (gepubliceerd in maart 2014) kunnen vaststellen dat wij de BKG-uitstoot met 7% hebben verminderd in onze wasmiddelen, op basis van gegevens uit ons geautomatiseerde basisniveau van 2010. PwC heeft echter niet de gegevens van 2008-2009 beoordeeld, toen een substantieel deel van deze herformulering plaatsvond om ons in staat te stellen 15% te bereiken tegen het einde van 2012.

VERMINDERING VAN BROEIKASGASUITSTOOT ALS GEVOLG VAN TRANSPORT

Tegen 2020 zal de CO2-uitstoot van ons wereldwijde logistieke netwerk zich op of onder het niveau van 2010 bevinden, ondanks aanzienlijk hogere productievolumes. Dit betekent een verbetering van 40% van de CO2-efficiency.

We gaan dit realiseren door het aantal gereden vrachtwagenkilometers te verminderen, voertuigen met een geringere uitstoot te gebruiken, alternatieve transportmethoden in te zetten, zoals treinen of schepen, en de energie-efficiency van onze magazijnen te verbeteren.

Verbetering van de CO2-efficiency met 22% sinds 2010. Verbetering van de CO2-efficiency met 0,7% en een toename in absolute termen van 0,2% in 2015 vergeleken met 2014.

ONS PERSPECTIEF

We hebben sinds 2010 weliswaar een verbetering van de CO2-efficiency gerealiseerd van 22%, maar in 2015 hebben we maar weinig vooruitgang geboekt.

We werden in 2015 voor veel uitdagingen gesteld en het realiseren van onze toezegging voor 2020 blijft ambitieus. We bouwen voort op de stevige basis die we al hebben gelegd. Door middel van innovaties en de ontwikkeling van bottom-up projecten om CO2-uitstoot te verlagen, zullen we ‘best practice’ delen om ervoor te zorgen dat onze transportlogistiek efficiënter wordt.

Steeds vaker vervoeren we goederen niet over de weg, maar per spoor of schip. Voor transporten die nog wel over de weg gaan investeren we in LNG als alternatieve brandstof; hiervoor voeren we overal ter wereld tests uit. In 2015 hebben we een door Unilever geleid consortium opgericht van bedrijven en logistiek dienstverleners in Europa, Connect2LNG, met de ambitie om vijf LNG-pompstations te realiseren ter onderbouwing van onze toezegging om in de toekomst alternatieve brandstoffen te gebruiken.

1Cumulatieve verbetering sinds 2010 wordt gemeten in onze 14 belangrijkste landen; jaarlijkse verbetering wordt gemeten in meer dan 50 landen.

VERMINDERING VAN BROEIKASGASUITSTOOT ALS GEVOLG VAN HET VRIESPROCES

Als 's werelds grootste ijsproducent zullen wij de uitrol van vrieskisten met klimaatvriendelijke koelmiddelen (koolwaterstoffen) versnellen. Toen we ons Plan in november 2010 lanceerden, hadden we al 450.000 apparaten met het nieuwe koelmiddel aangeschaft.

  • Tegen 2015 zullen wij nog eens 850.000 apparaten aanschaffen.

In 2013 overtroffen we onze doelstelling om 850.000 klimaatvriendelijke vriezers aan te schaffen: het werden er in totaal ongeveer 1,5 miljoen.

In 2015 nam ons totale aantal vriezers met koolwaterstoffen toe tot ongeveer 2 miljoen.

ONS PERSPECTIEF

De klimaatvriendelijke koelmiddelen met koolwaterstoffen die we in onze vriezers gebruiken, hebben een verwaarloosbare invloed op de opwarming van de aarde vergeleken met de fluorkoolwaterstoffen die daarvoor werden gebruikt. De energie-efficiency van de vriezers is bovendien zo’n 10% hoger. Tegen het einde van 2015 hadden we ongeveer 2 miljoen vriezers met natuurlijke koelmiddelen aangeschaft.

We gaan door met de uitrol van klimaatvriendelijke vriezers en met het verhogen van de energie-efficiency van onze vriezers. In 2015 zijn we gestart met de uitrol van de nieuwste technologieën, waardoor het energieverbruik met meer dan 50% kan worden verlaagd (in vergelijking met ons basisniveau van 2008). We werken ook al aan de volgende generatie vriezers met een energiebesparing tot 60% en we onderzoeken het gebruik van hernieuwbare energie, zoals zonne-energie, voor onze vrieskisten.

Samen met anderen in de industrie blijven we werken aan het promoten van het gebruik van milieuvriendelijkere vriezers. Via de campagne 'Refrigerants, Naturally!' hebben we gepleit voor een verbod op de schadelijke fluorkoolwaterstoffen in veel algemeen gebruikte soorten vriezers in Europa; dit verbod wordt met ingang van 2022 van kracht.

ENERGIEVERBRUIK IN ONZE KANTOREN TERUGDRINGEN

Tegen 2020 zullen wij de ingekochte energie (kWh) per gebruiker voor de kantoren in onze belangrijkste 21 landen halveren in vergelijking met 2010.

27% minder ingekochte energie (kWh) per gebruiker sinds 2010.

ONS PERSPECTIEF

We hebben onszelf voor 2020 het ambitieuze doel gesteld om het energieverbruik terug te dringen op de desbetreffende vestigingen. Om dit te bereiken moet de efficiency per lokale vestiging worden verbeterd, de bezettingsgraad op de kantoren worden verhoogd en extra aandacht worden besteed aan locaties met het hoogste energieverbruik. Sinds 2010 hebben we 27% minder energie per gebruiker ingekocht.

We hebben in 2015 6% minder energie verbruikt per gebruiker. Factoren die hieraan hebben bijgedragen zijn de overstap van verschillende vestigingen naar efficiëntere faciliteiten, de continue effectiviteit van ons pc-energiebeheerprogramma en een omschakeling van olie op gas bij een van onze vestigingen waar het energieverbruik hoog is.

ZAKENREIZEN TERUGDRINGEN

We investeren in geavanceerde voorzieningen voor videoconferenties om communicatie te vergemakkelijken en er tegelijk voor te zorgen dat onze medewerkers minder hoeven te reizen. Tegen 2011 zal dit netwerk meer dan 30 landen omvatten.

Eind 2011 omvatte het netwerk 54 landen.

ONS PERSPECTIEF

Eind 2011 hadden we onze doelstelling overtroffen om in meer dan 30 landen geavanceerde voorzieningen voor videoconferenties operationeel te hebben.

Ons geavanceerde videoconferentiesysteem, Video Presence, wordt maandelijks voor meer dan 950 vergaderingen gebruikt vanuit Unilever-kantoren overal ter wereld. Hiermee is de noodzaak om te reizen voor een vergadering veel kleiner en verlagen we de CO2-uitstoot.

Zo besparen we als bedrijf kosten en tijd, en hoeven onze medewerkers minder vermoeiende reizen te maken. Om de BKG-uitstoot door zakenreizen van medewerkers nog verder te verlagen, sturen we medewerkers die een zakelijke vlucht willen boeken via ons boekingssysteem een bericht waarin de voordelen van het gebruik van Video Presence worden uitgelegd. Dit stimuleert medewerkers om alleen te reizen wanneer het echt niet anders kan.

Key

  • Bereikt
  • Op koers
  • Niet op koers
  • van doel behaald
Terug naar top